ECLI:NL:GHDHA:2024:1986
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde en de aanslag onroerende-zaakbelastingen voor 2020 vast. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde [Y] namens belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
Het hof stelde ambtshalve vast dat twijfel bestond over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Y], omdat de overgelegde schriftelijke machtiging gedateerd was van ruim drie jaar voor het hoger beroep. Het hof verzocht om een recente machtiging, maar deze werd niet overgelegd. Het hof oordeelde dat zonder een actuele machtiging het hoger beroep niet-ontvankelijk is.
Het hof ging niet in op de inhoudelijke geschilpunten en wees het hoger beroep af op formele gronden. Ook werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd op 10 oktober 2024 openbaar uitgesproken door rechter Kroon.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.