ECLI:NL:HR:2022:1558
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2019 twee aanslagen watersysteemheffing gebouwd opgelegd door het Waterschap de Dommel. Tegen deze aanslagen werd bezwaar gemaakt, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen recente schriftelijke machtiging werd overgelegd. Vervolgens werd beroep ingesteld met een machtiging van 2017, die door de rechtbank als te oud werd beschouwd. De rechtbank verzocht om een machtiging die niet ouder was dan één jaar, maar deze werd niet overlegd, waarna het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Belanghebbende stelde verzet in tegen deze beslissing, maar ook dit werd ongegrond verklaard. In cassatie klaagde belanghebbende dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat volgens eerdere arresten geen reden bestond om aan te nemen dat de machtiging was geëindigd. De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 8:24, lid 2, Awb de rechtbank terecht een recente schriftelijke machtiging kon verlangen om de bevoegdheid van de gemachtigde te controleren.
De Hoge Raad verwierp de klachten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Hiermee is bevestigd dat het ontbreken van een actuele schriftelijke machtiging een geldige grond is voor niet-ontvankelijkheid in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.