ECLI:NL:GHDHA:2024:1988
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente schriftelijke machtiging
De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning vast en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde [Y] namens belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag. Het Hof stelde ambtshalve vast dat twijfel bestond over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Y], omdat de overgelegde schriftelijke machtiging was gedateerd van meer dan anderhalf jaar voor het hoger beroep en geen recente machtiging was overgelegd.
Het Hof verzocht [Y] meerdere malen om een nieuwe, recente schriftelijke machtiging, maar deze werd niet overgelegd. Het Hof oordeelde dat het ontbreken van een recente machtiging leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De inhoudelijke beoordeling van de WOZ-waarde en aanslag bleef daardoor achterwege. Het Hof wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak benadrukt dat een doorlopende volmacht kan zijn beëindigd zonder dat het Hof daarvan op de hoogte is, en dat bij periodieke besluiten zoals WOZ-beschikkingen het belang van actuele machtigingen groot is. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.