Belanghebbende parkeerde zijn auto op 13 juli 2022 in een gebied waar parkeren alleen toegestaan is met een geldige parkeervergunning of na betaling van parkeerbelasting. Tijdens een controle bleek dat de auto niet was aangemeld op een bezoekersparkeervergunning en ook geen parkeerbelasting was voldaan. Pas 19 minuten na het parkeren werd de auto aangemeld.
De rechtbank oordeelde dat parkeerbelasting verschuldigd is bij aanvang van het parkeren en dat een redelijke tijd voor uitvoeringshandelingen geldt, maar dat deze tijd strikt moet worden uitgelegd. Belanghebbende had niet onafgebroken handelingen verricht om de parkeerbelasting te voldoen of de vergunning aan te vragen. Medische omstandigheden bij de ex-partner, die de aanmelding moest verrichten, werden niet voldoende toegelicht om overmacht aan te nemen.
In hoger beroep bevestigde het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank en de naheffingsaanslag. Het hof benadrukte dat parkeerbelasting een objectieve heffing is waarbij opzet of schuld niet relevant zijn en dat coulance alleen door het bestuursorgaan kan worden toegepast. Er was geen reden om de naheffingsaanslag te vernietigen of proceskosten toe te kennen.