Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
uitspraak van 9 oktober 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
II, 1992/93, 22885, nr. 3, p. 44.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een bovenwoning uit 1932, gekocht in oktober 2019 voor € 315.000. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op € 390.000 via een methode van systematische vergelijking met vier vergelijkbare appartementen die kort voor of na de waardepeildatum werden verkocht.
Belanghebbende voerde aan dat de waarde op basis van het eigen aankoopcijfer, geïndexeerd naar de waardepeildatum (€ 361.000), had moeten worden vastgesteld. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de aankoopdatum ruim 15 maanden vóór de waardepeildatum lag en er voldoende geschikte vergelijkingsobjecten waren.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Den Haag dit oordeel. Het hof benadrukte dat bij een aankoop kort voor de peildatum de koopsom doorgaans de waarde weerspiegelt, maar dat bij een langere periode en voldoende marktgegevens een systematische vergelijking passend is. De vergelijkingsobjecten waren van hetzelfde type, in dezelfde straat, met vergelijkbare oppervlakte en bouwperiode.
Belanghebbende betwistte de geschiktheid van de vergelijkingsobjecten niet en kon zich vinden in de matrix die de heffingsambtenaar gebruikte. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd op 9 oktober 2024 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 390.000 wordt bevestigd.