Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 29 oktober 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
- dient het nominale rendement op het gehele vermogen van de belastingplichtige in box 3 te worden betrokken, zonder aftrek van het heffingvrije vermogen;
- moet gekeken worden naar het saldo van positieve en negatieve resultaten van de verschillende vermogensbestanddelen in het desbetreffende jaar. Er wordt dus geen rekening gehouden met positieve of negatieve waardeveranderingen in andere jaren;
- wordt niet alleen rekening gehouden met de voordelen die worden getrokken uit vermogensbestanddelen in box 3, zoals rente, dividend en huur, maar ook de positieve en negatieve waardeveranderingen van zulke vermogensbestanddelen. Deze waardeveranderingen behoren ook tot het werkelijke rendement indien de belastingplichtige ze nog niet heeft gerealiseerd;
- kan op bezittingen geen rekening worden gehouden met kosten;
- kan op schulden wel rekening worden gehouden met de daarop betrekking hebbende renten.
- de ontvangen rente op de bank- en spaarrekeningen van € 2.625;
- de (on)gerealiseerde waardestijging van de aandelen van € 1.720;
- de rente op uitgeleend geld van € 5.004;
- de ongerealiseerde waardestijging van de woning van € 5.600;
- de huuropbrengsten van de woning van € 9.432.
Proceskosten
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing over het griffierecht;
- draagt de Inspecteur op het in de aanslag vastgestelde belastbaar inkomen uit sparen en beleggen te verminderen overeenkomstig hetgeen is overwogen in 5.10, onder handhaving van de overige elementen van de aanslag.