Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2024:2265

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
28 november 2024
Zaaknummer
200.346.692/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging ingangsdatum wettelijke schuldsaneringsregeling na verzoek tot termijnverkorting

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag waarin de toepassing van de schuldsaneringsregeling was toegewezen, maar waarbij niet was beslist op zijn verzoek om een eerdere ingangsdatum van die regeling.

In het hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij zich maximaal heeft ingespannen in het minnelijk traject, ondanks een betwiste schuld aan Rodri B.V., een familiebedrijf van appellant. Tevens was de sollicitatieplicht niet op hem van toepassing vanwege zijn leeftijd. Het hof heeft geoordeeld dat appellant aan de inspanningsplicht heeft voldaan.

Daarom heeft het hof het verzoek om de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te vervroegen toegewezen. De termijn van de regeling is vastgesteld op 10 maanden, te rekenen vanaf de datum van het arrest, waardoor deze termijn eindigt op 26 september 2025.

Het bestreden vonnis van 30 september 2024 is vernietigd voor zover het niet op het verzoek tot termijnverkorting besliste en de zaak is verwezen naar de rechtbank ter uitvoering van de regeling. Voor het overige is het vonnis bekrachtigd.

Uitkomst: De ingangsdatum van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt vervroegd en de termijn vastgesteld op 10 maanden vanaf het arrest.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer : 200.346.692/01
Rekestnummer rechtbank : C/09/24/88 R

Arrest van 26 november 2024

in de zaak van
[gemachtigde] ,in haar hoedanigheid van gemachtigde krachtens levenstestament van volmachtgever
de heer [appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. M.J.S. Spanjersberg te Zoetermeer.

De procedure

Bij verzoekschrift (met producties), ingekomen ter griffie van het hof op 8 oktober 2024, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 september 2024. Bij dit vonnis is het verzoek van [appellant] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toegewezen, maar is niet beslist op zijn verzoek om een eerdere ingangsdatum van die regeling. [appellant] verzoekt het hof het vonnis waarvan hoger beroep te vernietigen en alsnog te beslissen op het verzoek om een eerdere ingangsdatum.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 november 2024. Verschenen zijn: [gemachtigde] en [appellant] , bijgestaan door mr. Spanjersberg en de bewindvoerder mr. P.A. Loeff.

Beoordeling van het hoger beroep

1. [appellant] heeft in de rapportage schuldbemiddelaar gevoegd bij de verklaring ex artikel 285 Fw Pro aangegeven dat hij aftrek wenst van de maanden minnelijk traject. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis niet geoordeeld op dit verzoek. [appellant] heeft het hof verzocht het bestreden vonnis te vernietigen en te beslissen op de door hem verzochte termijnverkorting.
2. [appellant] heeft het volgende aangevoerd.
[appellant] heeft zich - in verband met één grote schuld aan Rodri B.V. (hierna: Rodri) - op 11 december 2023 gewend tot de Gemeente Gouda voor een intake en plan van aanpak schuldhulpverlening. Rodri is een door [appellant] opgestart familiebedrijf. [appellant] betwist de vordering van Rodri die betrekking zou hebben op een rekening-courant schuld. Er loopt ook een gerechtelijke procedure met betrekking tot deze schuld. Deze procedure bevindt zich thans in de hoger beroep-fase. [appellant] heeft in het traject voorafgaand aan het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling sinds februari 2024 het maximale afgelost overeenkomstig de berekende afloscapaciteit van € 46,- per maand. [appellant] kon ook niet meer afdragen, omdat Rodri weigert de pensioengelden uit te betalen en deze inhoudt voor verrekening c.q. aflossing. Gelet op de leeftijd van [appellant] , die is geboren in 1942, was en is de sollicitatieverplichting niet op [appellant] van toepassing.
4. Het hof overweegt als volgt.
5. Gebleken is dat [appellant] gedurende 8 maanden tijdens het minnelijk traject zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag heeft afgedragen. Nu de sollicitatieplicht niet op [appellant] van toepassing is, heeft hij voldaan aan de voorwaarde dat de schuldenaar in het voortraject (het traject dat vooraf gaat aan de uitspraak van de rechtbank) aan de inspanningsplicht heeft voldaan, wat wil zeggen dat hij zich maximaal heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de gezamenlijke schuldeisers te verkrijgen (vgl. conclusie AG R.H. de Bock in ECLI:NL:PHR:2024:562, onder overweging 11.3, laatste gedachtestreepje). Het hof zal het verzoek van [appellant] om de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling eerder te laten ingaan dan ook toewijzen. Dit betekent dat de termijn van de schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld op 10 maanden, te rekenen vanaf de datum van dit arrest.
6. Het voorgaande brengt mee dat het bestreden vonnis dient te worden vernietigd.

De beslissing

Het hof:
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 30 september 2024;
en opnieuw rechtdoende:
-stelt de termijn van de schuldsaneringsregeling vast op 10 maanden, te rekenen vanaf de datum van dit arrest, waardoor deze termijn eindigt op 26 september 2025;
- verwijst de zaak naar voornoemde rechtbank ter uitvoering van de schuldsaneringsregeling;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.T. Nijhuis, R.G.C. Veneman en R.M. Hermans en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024 in aanwezigheid van de griffier.