2.5.De Inspecteur heeft in de (voorgenomen) uitspraken op bezwaar voor de jaren 2016 tot en met 2021 de volgende, door belanghebbende niet betwiste, feiten gesteld:
“
Jaarverslag 2016
Naar aanleiding van het jaarverslag merk ik het volgende op:
1. Er is sprake van een positief (operationeel) bedrijfsresultaat door hogere opbrengsten, lagere bedrijfslasten en lagere rentelasten. Het resultaat na belastingen bedraagt € 233.042.000. Dat is € 138.683.000 meer dan in 2015.
2. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) schrijft in haar Oordeelsbrief 2016 dat zij met betrekking tot de drie onderzochte toezichtsvelden (omvalrisico, realisatiebeleid en efficiency en doelmatigheid) geen aanleiding ziet tot het maken van opmerkingen. Volgens de ILT is het volkshuisvestelijk vermogen van [belanghebbende] in relatie tot de voorgenomen activiteiten voldoende.
3. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vindt [belanghebbende] in 2016 onverminderd borgbaar.
4. De betaalde verhuurderheffing (€ 10.764.000) bedraagt 7,6% van het saldo van de ingaande kasstromen (€ 141.649.000).
5. De betaalde verhuurderheffing bedraagt 8,1% van de huuropbrengst (€ 132.798.000).”
“
Jaarverslag 2017
Naar aanleiding van het jaarverslag merk ik het volgende op:
1. Er is sprake van een positief (operationeel) bedrijfsresultaat. Het resultaat na belastingen bedraagt € 54.432.000. Dat is € 178.610.000 minder dan in 2016 en is grotendeels het gevolg van waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille.
2. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vindt [belanghebbende] in 2017 onverminderd borgbaar.
3. De betaalde verhuurderheffing (€ 12.028.000) bedraagt 8,4% van het saldo van de ingaande kasstromen (€ 143.302.000) en 8,9% van de huuropbrengst (€ 134.335.000).”
“
Jaarverslag 2018
Naar aanleiding van het jaarverslag merk ik het volgende op:
1. Er is sprake van een positief (operationeel) bedrijfsresultaat. Het resultaat na belastingen bedraagt € 241.826.000. Dat is € 187.394.000 meer dan in 2017 en is grotendeels het gevolg van waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille.
2. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vindt [belanghebbende] in 2018 onverminderd borgbaar.
3. De betaalde verhuurderheffing (€ 13.918.000) bedraagt 9,7% van het saldo van de ingaande kasstromen (€ 143.009.000) en 10,3% van de huuropbrengst (€ 134.880.000).”
“
Jaarverslag 2019
Naar aanleiding van het jaarverslag merk ik het volgende op:
Er is sprake van een positief (operationeel) bedrijfsresultaat. Het resultaat na belastingen bedraagt € 479.654.000. Dat is € 237.828.000 meer dan in 2018 en is grotendeels het gevolg van waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vindt [belanghebbende] in 2019 borgbaar.
De betaalde verhuurderheffing (€ 15.080.000) bedraagt 10,3% van het saldo van de ingaande kasstromen (€ 146.179.000) en 10,9% van de huuropbrengst (€ 138.507.000).”
“
Jaarverslag 2020
Naar aanleiding van het jaarverslag merk ik het volgende op:
1. Er is sprake van een positief (operationeel) bedrijfsresultaat. Het resultaat na belastingen bedraagt € 280.573.000. Dat is € 191.081 minder dan in 2019 en is grotendeels het gevolg van waardeveranderingen in de vastgoedportefeuille.
2. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) vindt [belanghebbende] in 2020 borgbaar.
3. De betaalde verhuurderheffing (€ 17.485.000) bedraagt 11,6% van het saldo van de ingaande kasstromen (€ 150.362.000) en 12,3% van de huuropbrengst (€ 141.822.000).”
“Uit de winst- en verliesrekening over 2021 die [belanghebbende] op haar website heeft
gepubliceerd [voetnoot weggelaten], blijkt onder andere het volgende:
1. Het resultaat na belastingen bedraagt € 316.238.000. Dat is € 30.998.000 meer dan in 2020.
2. De voor 2021 betaalde verhuurderheffing bedraagt 12,02% van het saldo van de inkomende operationele kasstromen en 14,36% van de uitgaande operationele kasstromen.
3. De betaalde verhuurderheffing (€ 18.286.139) bedraagt 12,8% van de huuropbrengsten (142.365.000).”