Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 12 december 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Hoe ziet de bouwplanning er uit voor [naam bouwproject] ?
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende verkreeg op 15 november 2021 samen met haar vader de eigendom van een woning en betaalde daarop 8% overdrachtsbelasting. De woning werd pas vanaf 1 november 2023 door haar als hoofdverblijf gebruikt. De inspecteur wees toepassing van het verlaagde tarief af omdat de woning niet direct na verkrijging als hoofdverblijf werd gebruikt.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het hoofdverblijfcriterium niet was vervuld binnen een redelijke termijn. Belanghebbende ging in hoger beroep en voerde aan dat de wet geen termijn stelt en dat zij de woning duurzaam als hoofdverblijf gebruikt sinds november 2023.
Het Hof oordeelde dat artikel 14 Wbr Pro geen termijn bevat voor het aanvangsmoment van het hoofdverblijfgebruik en dat de wetgever rekening houdt met situaties waarin de woning niet direct wordt betrokken. Het Hof achtte de situatie van belanghebbende, een starter die duurzaam in de woning woont, passend binnen het verlaagde tarief. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vernietigd en de inspecteur gelast tot teruggaaf van € 26.400 aan belanghebbende.
Uitkomst: Het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting is van toepassing ondanks dat de woning pas na twee jaar als hoofdverblijf wordt gebruikt.