ECLI:NL:GHDHA:2024:2673
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van wegingsfactor 0,25 voor proceskostenvergoeding in bezwaar tegen aanmaningskosten lokale heffingen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten van twee aanslagen lokale heffingen, waarvoor de Invorderingsambtenaar kosten van vervolging had opgelegd. In de bezwaarfase werden deze kosten kwijtgescholden en een proceskostenvergoeding toegekend op basis van een wegingsfactor van 0,25, vanwege de eenvoudige aard van het geschil.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat het geschil niet complex was en de toegepaste wegingsfactor passend was. Belanghebbende stelde dat de zaak omvangrijker was en dat een hogere wegingsfactor en meer punten voor proceshandelingen moesten worden toegekend.
Het Gerechtshof oordeelde dat de Rechtbank terecht de wegingsfactor 0,25 toepaste, omdat het bezwaar eenvoudig was en slechts beperkte werkzaamheden vereiste. Het Hof benadrukte dat de proceskostenvergoeding niet wordt gebaseerd op de hoeveelheid stukken, maar op de aard van de procedurehandelingen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak van de Rechtbank wordt hiermee bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de wegingsfactor 0,25 en verklaart het hoger beroep ongegrond.