ECLI:NL:GHDHA:2024:535
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken 2021. De griffierechtennota en een betalingsherinnering werden aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden, met duidelijke informatie over het te betalen bedrag en de betalingstermijn.
Ondanks ontvangst van deze stukken is het griffierecht niet voldaan. De gemachtigde stelde ter zitting dat het ontbreken van het adres van het betreffende pand op de nota griffierecht betaling onmogelijk maakte. Het hof oordeelt echter dat geen wettelijke verplichting bestaat om het adres op de nota te vermelden en dat het adres wel duidelijk uit andere stukken blijkt.
Daarom is geen reden om te veronderstellen dat belanghebbende niet in verzuim was. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 3 april 2024 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.