Op 20 oktober 2020 betrad de verdachte samen met anderen de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat te Den Haag om te demonstreren tegen het subsidiebeleid. Hoewel toestemming was gegeven tot 17:00 uur, weigerden zij het pand te verlaten na die tijd. De politie vorderde hen het pand te verlaten en hield de verdachte aan toen hij daaraan geen gehoor gaf.
De verdediging voerde aan dat vervolging in strijd was met het recht op demonstratie en internationale verdragen, en verzocht ontslag van rechtsvervolging. Het hof oordeelde dat het demonstratierecht belangrijk is maar niet onbeperkt, en dat het verblijf na sluitingstijd in het pand wederrechtelijk was. Het politieoptreden en vervolging waren toegestaan, ondanks dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren geweest.
Het hof verklaarde de verdachte strafbaar voor lokaalvredebreuk, maar legde geen straf of maatregel op vanwege de geringe ernst en het vreedzame karakter van de demonstratie. De eerdere strafbeschikking en het vonnis werden vernietigd en het arrest werd gewezen op 10 april 2024.