Belanghebbende parkeerde op 7 september 2021 zijn auto in een gebied waar parkeerbelasting verschuldigd is. Bij controle bleek geen betaling te zijn voldaan, waarna een naheffingsaanslag werd opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende parkeerbelasting verschuldigd was en dat het defect zijn van een parkeerautomaat niet vrijstelt van betaling, omdat ook andere betaalmogelijkheden beschikbaar waren. Wel werd de naheffingsaanslag verminderd wegens een verkeerde tarieventabel.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat twee parkeerautomaten defect waren en dat hij alles redelijkerwijs kon doen om te betalen, inclusief het inschakelen van leerlingen en het melden bij de gemeente. Het hof oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de parkeerautomaten defect waren en dat hij niet verplicht was verder te zoeken naar werkende automaten buiten de zone.
Het hof vernietigde de eerdere uitspraak en de uitspraak op bezwaar, en verminderde de naheffingsaanslag tot het correcte bedrag van € 2,10. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak benadrukt dat de gemeente moet zorgen voor werkende parkeerapparatuur binnen redelijke afstand en dat het defect zijn van automaten in bijzondere omstandigheden tot vermindering van naheffingsaanslagen kan leiden.