ECLI:NL:GHDHA:2024:760
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na vergelijking met identieke woningen
Belanghebbende betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenwoning, gelegen te Ridderkerk, met een inhoud van 329 m3 en een grondoppervlakte van 122 m2, inclusief een berging en zonnepanelen. De heffingsambtenaar had de waarde per 1 januari 2020 vastgesteld op € 278.000, gebaseerd op een taxatierapport waarin drie vergelijkbare woningen werden gebruikt.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat de vergelijkingsobjecten niet geschikt waren en dat onvoldoende rekening was gehouden met onderhoudstoestand en lokale verloedering.
Het hof oordeelde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende representatief waren, ook al was een van de woningen een hoekwoning. De heffingsambtenaar had op juiste wijze rekening gehouden met verschillen in oppervlakte, aanwezigheid van berging, dakkapellen en zonnepanelen. Belanghebbende had geen concrete onderbouwing gegeven voor de gebrekkige onderhoudssituatie. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 8 mei 2024 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van € 278.000 wordt bevestigd.