Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een brief van de zijde van de moeder van 6 februari 2024 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 29 februari 2024 met bijlagen, ingekomen op 1 maart 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 16 maart 2024 met bijlagen, ingekomen op 18 maart 2024;
- een brief van de raad van 28 maart 2024, ingekomen op 2 april 2024.
- de moeder, bijgestaan door mr. Ramdas en mevrouw [tolk] , tolk in de Russische taal;
- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger raad] ;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de gecertificeerde instelling, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger gecertificeerde instelling] .
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de vader met gezag gehandhaafd;
- [de minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling gesteld met ingang van 5 december 2023 tot 5 december 2024;
- een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de vader met gezag met ingang van 5 december 2023 tot 5 december 2024.
- het inleidende verzoek van de raad om een machtiging tot uithuisplaatsing alsnog af te wijzen, en,
- de wijziging van de gecertificeerde instelling af te wijzen,
- een deskundige te benoemen op grond van artikel 810a, lid 2, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), en,
- te bepalen dat een bijzondere curator wordt benoemd die [de minderjarige] in en buiten rechte kan vertegenwoordigen, en,
- te bepalen dat [de minderjarige] binnen het netwerk van de moeder wordt geplaatst, indien en voor zover zij niet bij de moeder kan worden teruggeplaatst.