Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 7 mei 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van Belastingen Bollenstreek, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Waarde perceel
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende verkocht in 2019 een perceel grond met woonbestemming, waarop een ontbindende voorwaarde was opgenomen dat de koop kon worden ontbonden bij het niet verkrijgen van een onherroepelijke omgevingsvergunning vóór 1 februari 2020. Deze voorwaarde is uiteindelijk niet ingeroepen en de eigendom is geleverd in juli 2020.
De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het jaar 2020 vast op €255.000 en wees bezwaar af. De Rechtbank Den Haag stelde de waarde op €215.000 vanwege de ontbindende voorwaarde die volgens haar een waardedrukkende invloed had. Zowel belanghebbende als de Heffingsambtenaar gingen in hoger beroep.
Het Gerechtshof oordeelde dat de ontbindende voorwaarde niet leidt tot het verwerpen van het eigen verkoopcijfer als waardebepaling, omdat de koopprijs rekening hield met de onzekerheid en de voorwaarde niet is ingeroepen. De waarde van €255.000 is daarom niet te hoog vastgesteld. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en het incidentele hoger beroep van de Heffingsambtenaar gegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de WOZ-waarde van €255.000 niet te hoog is vastgesteld en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank.