Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/09/587437 /HA ZA 20-110
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 26 april 2021 waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag, team handel, van 24 maart 2021;
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van WPL, met bijlage;
- de akte rectificatie alsmede overlegging producties 40 t/m 64 van [appellant] ;
- de akte overlegging producties, met productie 65 van [appellant] .
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Vooraf
"Rheiniand Pfalz öffentlich bestellte und vereidigte Sachverständige fur Gemüsebau" .Dat de motivering van de rapporten beperkt is, doet er niet toe, omdat het nu juist het de mening van de deskundige is die ertoe doet. De rapporten [deskundige] II en [deskundige] III zijn volgens [appellant] weldegelijk voldoende gemotiveerd en er is bovendien een schriftelijke, aanvullende toelichting, die als productie 5 bij inleidende dagvaarding is overgelegd. De rapporten hadden daarom tot uitgangspunt moeten dienen ter begroting van de schade vanaf september 2007, desnoods nadat [appellant] in de gelegenheid was gesteld om een nadere uitleg te geven door [deskundige] te doen horen als getuige deskundige. Desgewenst kan het hof zelf deskundigen benoemen, om hem over de omvang van de schade te adviseren. Daartoe zouden twee deskundigen benodigd zijn: een financieel deskundige die de financiële cijfers van [appellant] kan doornemen en een agrarisch deskundige gespecialiseerd in tuinbouw. [appellant] erkent verder dat hij in 2008 nog gewassen heeft gepland en verkocht en dat dit niet is meegenomen in [deskundige] II. Hij meent dat die inkomsten zo nodig geschat zouden kunnen worden en wijst erop dat deze inkomsten in ieder geval niet voldoende waren om de verplichtingen uit het kredietarrangement met de bank na te komen, zodat de lening bij brief d.d. 11 december 2008 is opgezegd en de bank in 2009 is overgegaan tot uitwinning van de zekerheden (verkoop van de gronden en bedrijfsmiddelen van [appellant] en nadien de woning), gevolgd door de faillissementsaanvrage.
nietzijn gebaseerd op bovengenoemd uitgangspunt dat een vergelijking moet worden gemaakt tussen de werkelijke situatie en de toestand zoals deze vermoedelijk zou zijn geweest als de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden. De rapporten bevatten slechts een inschatting van de omzet/winst in de fictieve situatie. In ieder geval zal dus voor de berekening van de schade nog een vergelijking met de feitelijke situatie moeten worden gemaakt.