Uitspraak
Uitspraak van 21 mei 2025
[X] B.V.te [Z] , belanghebbende (gemachtigde A.F.M.J. Verhoeven), tegen na te noemen uitspraak.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende kwam in verzet tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag die het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift. De rechtbank had eerder uitspraak gedaan in belastingzaken tussen belanghebbende en de Belastingdienst. Het hoger beroep werd op 5 februari 2024 ingediend, terwijl de termijn op 2 februari 2024 was verstreken.
Het verzet werd pro forma ingediend op 18 november 2024 zonder de noodzakelijke gronden te vermelden. Het hof wees belanghebbende op het verzuim en gaf een hersteltermijn tot 16 december 2024, maar deze werd niet benut. Pas op 1 april 2025 werd een pleitnota ingediend met motivering, die echter niet zag op de hersteltermijn van het verzet, maar op de termijn van het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de gronden van het verzet niet binnen de hersteltermijn waren aangevoerd en dat er geen verschoonbare reden was voor de termijnoverschrijding. Het verzet werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 21 mei 2025.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig aanvoeren van gronden en het ontbreken van verschoonbaarheid.