ECLI:NL:GHDHA:2025:1230
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W. de Wit
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag accijns wegens voorhanden hebben onveraccijnsde sigaretten
Op 10 april 2019 trof de politie in een kelderbox te [woonplaats 1] 550.000 sigaretten en 5.253 gram rooktabak aan zonder accijnszegels. Belanghebbende werd in bezit van sleutels van de kelderbox en centrale hal aangehouden. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag accijns van €105.776 op wegens het voorhanden hebben van onveraccijnsde tabaksproducten.
Belanghebbende voerde aan niet betrokken te zijn geweest bij de sigarettenhandel en niet te hebben geweten van de onveraccijnsde goederen. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn af. Belanghebbende ging in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat wetenschap niet vereist is voor accijnsplicht en dat belanghebbende feitelijke beschikkingsmacht had over de goederen. De verklaringen van verbalisanten, medeverdachte en getuigen werden als geloofwaardig beoordeeld. De naheffingsaanslag werd bevestigd. Wel werd een vergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep. Proceskosten werden vastgesteld op €226,75.
Uitkomst: De naheffingsaanslag accijns wordt bevestigd en belanghebbende krijgt een vergoeding van €500 wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep.