Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het hoger beroep
vernietigd.
Gerechtshof Den Haag
De rechtbank Rotterdam had de wettelijke schuldsaneringsregeling voor appellante vastgesteld met ingang van 15 januari 2025, omdat zij toen een nulaanbod aan haar schuldeisers had gedaan. Appellante stelde echter dat zij reeds op 22 oktober 2024 een eerste nulaanbod had gedaan, en verzocht het hof de ingangsdatum dienovereenkomstig te vervroegen.
Het hof heeft ter zitting een brief van de gemeente Rotterdam ontvangen waaruit blijkt dat het eerste nulaanbod inderdaad op 22 oktober 2024 is gedaan. Verdere voorstellen aan schuldeisers betroffen slechts systeemtechnische aanpassingen zonder wijziging in het te verwachten aflossingspercentage. Appellante voldeed vanaf die datum aan haar afdrachtverplichting en ook aan haar inspanningsverplichting gedurende het schuldhulpverleningstraject.
Gezien deze feiten stelt het hof vast dat het nulaanbod van 22 oktober 2024 gelijkgesteld kan worden met de eerste aflossing in de zin van artikel 349a van de Faillissementswet. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank voor wat betreft de ingangsdatum en stelt deze vast op 22 oktober 2024, met een einddatum van 22 april 2026. Het overige vonnis wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld op 22 oktober 2024 in plaats van 15 januari 2025.