ECLI:NL:GHDHA:2025:1533
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.P.A. Brakeboer
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- C. Maas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en werd geconfronteerd met een verschuldigd griffierecht van €138,00. Een nota griffierecht werd op 3 oktober 2024 verzonden aan de gemachtigde, met een betalingstermijn tot 31 oktober 2024. Na het uitblijven van betaling werd op 2 november 2024 een betalingsherinnering per aangetekende post verzonden.
De griffier verkreeg van PostNL bewijs dat de betalingsherinnering op 5 november 2024 was afgehaald bij een PostNL-punt, waarbij een handtekening was geplaatst die sterk overeenkwam met de parafen op het beroepschrift en nader stuk van de gemachtigde. De gemachtigde betwistte de ontvangst van de betalingsherinnering en stelde dat de handtekening niet van hem was.
Het Hof oordeelde dat het vermoeden van ontvangst door verzending per aangetekende post niet was ontzenuwd. De overeenkomst tussen de handtekeningen en het feit dat de betalingsherinnering niet was terugontvangen, leidde tot de conclusie dat de gemachtigde wel degelijk de betalingsherinnering had ontvangen. Omdat het griffierecht niet was betaald binnen de gestelde termijn, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Den Haag op 5 augustus 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.