ECLI:NL:GHDHA:2025:1712
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing en ingangsdatum schuldsaneringsregeling bij problematische schuldensituatie
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling door de rechtbank Den Haag. De rechtbank oordeelde dat niet aannemelijk was dat zij in een problematische schuldensituatie verkeerde en dat zij niet te goeder trouw was vanwege het niet aanwenden van verkoopopbrengsten van haar woning voor schuldaflossing.
Het hof overweegt dat appellante, gezien haar leeftijd, inkomen en schuldhoogte, aannemelijk in een problematische schuldensituatie verkeert. Tevens acht het hof bewezen dat zij te goeder trouw was, omdat zij de verkoopopbrengst van de woning had aangewend voor nieuwe huisvesting, aflossing van leningen en advocaatkosten, en geen financiële middelen meer had om de schuld aan [betrokkene] te voldoen.
Verder stelt het hof de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 25 juli 2024, de datum waarop het minnelijke traject werd gestart, omdat appellante aan de verplichtingen van dat traject heeft voldaan. De looptijd van de regeling wordt verlengd tot 18 februari 2026, waarbij zij vanaf 25 januari 2026 wordt ontheven van de afdracht- en inspanningsverplichtingen, met behoud van medewerkings- en informatieplichten.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor uitvoering van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof wijst de schuldsaneringsregeling toe met ingang van 25 juli 2024 en verlengt de regeling tot 18 februari 2026.