Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 23 september 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Toetsingskader
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 2021 specifieke zorgkosten opgevoerd, waaronder medicijnen, hulpmiddelen, dieetkosten en eigen bijdrage voor wijkverpleging. De inspecteur heeft slechts een beperkte aftrek toegestaan vanwege het ontbreken van medische voorschriften, bewijsstukken en de aftrekbeperking voor zorg van niet-gecontracteerde zorgaanbieders.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat de bewijslast voor aftrek op belanghebbende rust en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij recht heeft op een hogere aftrek. Ook het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel is verworpen omdat de inspecteur voldoende gelegenheid heeft gegeven om bewijsstukken aan te leveren en geen sprake was van onzorgvuldig handelen.
In hoger beroep heeft het hof de uitgebreide motivering van de rechtbank onderschreven. Het hof benadrukt dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de wettelijke vereisten voor aftrek, zoals het ontbreken van artsenverklaringen en bewijs dat medicijnen niet zijn vergoed. De eigen bijdrage voor wijkverpleging bij een niet-gecontracteerde zorgverlener valt onder de aftrekbeperking van artikel 6.18 Wet IB 2001 en is niet aftrekbaar.
Het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel faalt eveneens en het hof bevestigt dat de aanslag en belastingrente terecht zijn vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2021 blijft ongewijzigd.