Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 17 september 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
“TUITION FEE INSTALMENT AGREEMENT
Oordeel van de Rechtbank
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
of wordtvoldaan (cursief toegevoegd). Voor inschrijving als student vanaf de aanvang van het studiejaar (1 september) is dus voldoende als de student voordien een bewijs heeft overgelegd dat het collegegeld wordt voldaan.
naar de bedoeling van partijensprake was van voldoening aan een verplichting die voortvloeit of zal voortvloeien uit een toen al bestaande rechtsverhouding tussen belanghebbende en de Universiteit ter zake van de betaling van het collegegeld (vergelijk Hoge Raad 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060). Van een bestaande rechtsverhouding was geen sprake omdat belanghebbende op dat moment nog niet was ingeschreven als student aan [Universiteit] . Van een toekomstige rechtsverhouding was evenmin sprake omdat belanghebbende op ieder moment voor 1 september 2019 haar inschrijving ongedaan had kunnen maken waardoor geen collegegeld zou zijn verschuldigd.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt het bedrag aan nog te verrekenen persoonsgebonden aftrek ten aanzien van de op 2019 volgende jaren vast op € 18.300;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Hof van, in totaal, € 188 vergoedt;
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij de Rechtbank en het Hof van € 35,20.