ECLI:NL:GHDHA:2025:2379
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Indirect bestuurder niet aansprakelijk voor gebrekkige verbouwing en schadevergoeding
In deze civiele zaak vordert appellante schadevergoeding wegens gebreken aan haar woning na verbouwing door KBS Aannemersbedrijf B.V. De rechtbank wees de vordering toe tegen de aannemer, maar wees bestuurdersaansprakelijkheid af jegens de indirect bestuurder van de aannemer, geïntimeerde. Appellante ging in hoger beroep tegen deze afwijzing.
Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank. Bestuurdersaansprakelijkheid vereist dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld door bewust roekeloos handelen of het bewerkstelligen van het niet nakomen van verplichtingen. Appellante heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat de indirect bestuurder persoonlijk aansprakelijk is, ondanks de gebreken aan het werk en het ontbreken van verhaal op de aannemer.
De door appellante aangevoerde technische gebreken en verklaringen van experts tonen ondeugdelijk werk, maar niet dat de indirect bestuurder bij het aangaan van de overeenkomst wist of behoorde te begrijpen dat de aannemer haar verplichtingen niet zou nakomen. Ook het betoog over een verzuimde zorgplicht is onvoldoende onderbouwd.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellante in de proceskosten van geïntimeerde, die niet is verschenen in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tegen de indirect bestuurder af wegens onvoldoende onderbouwing van bestuurdersaansprakelijkheid.