Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 17 februari 2025, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter Rotterdam van 13 november 2025, met bijlagen;
- het verweerschrift in hoger beroep van Antes, tevens verzoekschrift in incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep van [verzoeker] .
3.Feiten en procedure bij de kantonrechter
4.Beoordeling in hoger beroep
- voor recht te verklaren dat sprake is van een opzegverbod zodat de arbeidsovereenkomst niet kan worden beëindigd.
- Antes te veroordelen de arbeidsovereenkomst (al dan niet met terugwerkende kracht) te herstellen, op straffe van verbeurte van een dwangsom.
- Antes te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van het brutoloon van Antes over de periode dat de arbeidsovereenkomst niet is hersteld, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging;
- Antes te veroordelen om een voorziening te treffen voor niet opgebouwd pensioen over de periode waarin de arbeidsovereenkomst nog niet is hersteld;
- Antes te veroordelen tot betaling van het brutoloon vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst is hersteld.
- In een verslag van 8 november 2023 is vermeld dat [verzoeker] beperkingen heeft in het domein van persoonlijk functioneren. Zijn klachten zijn 80% werk gerelateerd en daarnaast is er sprake van meerdere life events in de privésfeer. De bedrijfsarts vermeldt verder dat werknemer onveiligheid op de werkvloer ervaart en zich niet serieus genomen voelt door zijn werkgever. Over de mogelijkheden tot re-integratie merkt de bedrijfsarts op: “Werknemer wordt door mij in staat geacht om op termijn van enkele weken in gesprek te gaan op werkvloer met nieuwe lg over veiligheid.”
- In een verslag van 20 december 2023 wordt opnieuw melding gemaakt van het feit dat [verzoeker] onveiligheid ervaart op de werkvloer. Verder wacht hij nog op een gesprek met de leidinggevende om de “beheersmaatregelen” door te nemen. De bedrijfsarts is van mening dat er tot aan dat gesprek marginale mogelijkheden zijn in arbeid. Afhankelijk van de uitkomst van het gesprek kan er volgens de bedrijfsarts in januari 2024 worden gestart met de re-integratie.
- In een verslag van 1 februari 2024 staat dat het gesprek met de leidinggevende inmiddels achter de rug is. Dat gesprek ging goed. [verzoeker] heeft met zijn leidinggevende een opbouwschema gemaakt vanaf week 6 tot week 14. Daarna zou [verzoeker] weer 100% zijn gere-integreerd.
- In een (ongedateerd) aanvullend verslag naar aanleiding van een telefonisch consult met [verzoeker] heeft de bedrijfsarts zijn advies aangevuld. De bedrijfsarts adviseert de komende 2-3 maanden enkel dagdiensten in te plannen. Ook adviseert de bedrijfsarts dat [verzoeker] daarbij moet kunnen terugvallen op de pool van vaste medewerkers en het FACT team bij problemen/terugval/escalatie.
- In een verslag van 14 maart 2024 staat dat [verzoeker] op dat moment enkel tussen 07.00 en 15.00 uur in dagdiensten werkt. “Hij geeft aan geen avonddiensten meer te willen draaien enkel met flexwerkers, onervaren en avondhoofd enkel telefonisch te consulteren op andere locatie. Heeft medische klachten in rubriek Persoonlijk functioneren, mede t.g.v. aantal recente incidenten binnen/buiten kliniek.” Het advies van de bedrijfsarts houdt het volgende in: “tot juni 2024 voornamelijk op dagdiensten en incidenteel op avonden mits er voldaan wordt aan aantal voorwaarden zie hierboven. Pas indien hieraan voldaan wordt is er voor werknemer een veilige situatie ontstaan en nemen zijn klachten/beperkingen af. Daarnaast overweegt de werknemer een overstap intern waarover hij nog met zijn leidinggevende in gesprek gaat.”
- [verzoeker] is uitgegaan van zijn laatstverdiende salaris van € 3.862,- bruto, te vermeerderen met vakantiegeld en andere toeslagen. Zijn salaris komt dan uit op € 4.808,97 bruto. Hij is ervan uitgegaan dat Antes de billijke vergoeding gelijk zou moeten zijn aan het totale salaris dat hij zou hebben gekregen tot aan het einde van het tweede ziektejaar, te weten 15 september 2025.
- [verzoeker] ontvangt sinds het einde van de arbeidsovereenkomst (1 januari 2025) een ziektewetuitkering. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij laten weten dat dat (ongeveer) € 2.100,- netto per maand is. Volgens [verzoeker] moet er bij het vaststellen van de billijke vergoeding geen rekening worden gehouden met deze uitkering.
- [verzoeker] maakt als onderdeel van de billijke vergoeding aanspraak op een immateriële schadevergoeding van € 10.000,-.
- [verzoeker] is daarnaast van mening dat Antes hem een bedrag van € 885,- moet vergoeden. Dit is het eigen risico dat hij aan zijn zorgverzekeraar heeft betaald voor zorg die hij nodig had als gevolg van het incident.
- Tot slot heeft [verzoeker] als onderdeel van de billijke vergoeding aanspraak gemaakt op de vergoeding van de pensioenschade. In het beroepschrift heeft hij deze schade voorlopig begroot op € 20.000,-.
ernstigverwijtbaar is.
5.Beslissing
13 november 2024 voor zover daarbij de proceskosten zijn gecompenseerd,
opnieuw rechtdoende:
;
- bekrachtigt de beschikking voor het overige;
- veroordeelt Antes tot betaling van een billijke vergoeding van € 25.000,- bruto aan [verzoeker] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na deze uitspraak tot aan de dag van algehele betaling;
- veroordeelt Antes in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op € 4.146,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als Antes deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als Antes niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, Antes de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als Antes deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.