ECLI:NL:GHDHA:2025:2574
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- P.C. van den Brink
- H.A.J. Kroon
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsverplichting na voorlopige aanslagen IB/PVV 2022
Belanghebbende werkte in 2022 bij vier werkgevers en ontving daarnaast een UWV-uitkering. Hij vroeg meerdere voorlopige aanslagen IB/PVV aan, waarop de Inspecteur voorlopige aanslagen oplegde en belastingteruggaven verleende. Uiteindelijk werd een definitieve aanslag opgelegd conform de aangifte, met een terugbetalingsverplichting van €5.220.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op voorlopige aanslagen, tenzij sprake is van een weloverwogen standpunt van de Inspecteur, wat hier niet het geval was. Belanghebbende had telefonisch bevestiging gekregen dat de voorlopige aanslagen correct waren, maar dit was onvoldoende voor bescherming.
In hoger beroep bevestigde het Hof dit oordeel en wees het beroep op het vertrouwensbeginsel af. Ook het beroep op de menselijke maat en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen, omdat geen wettelijke grondslag bestond om af te wijken van de aanslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de aanslag IB/PVV 2022 juist is en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel en schadevergoeding af.