Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Webzendbureau.nl B.V.,
Webzendbureau.nl Alblasserdam,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 17 januari 2023, waarmee ECP in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 november 2022;
- het herstelexploot van 24 maart 2023;
- het arrest van dit hof van 23 mei 2023, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 september 2023;
- de memorie van grieven van ECP;
- de memorie van antwoord tevens grieven in incidenteel appel van WB c.s., met producties 1-10;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van ECP, met producties 17-28;
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank; vorderingen in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
rekening.De G-rekening stond op eigen naam van WB c.s. en WB c.s. dient daarover dus zelf te beschikken.
- ECP heeft meegewerkt aan het verzoek aan de bank om gewaarmerkte afschriften; dat de bank daaraan niet heeft meegewerkt kan op zichzelf niet aan ECP worden tegengeworpen.
- De afschriften zijn rechtstreeks aan mr. Vijftigschild toegezonden door de bank; WB c.s. maakt niet duidelijk welke extra waarborg het waarmerken van de afschriften haar zou verschaffen.
- WB c.s. voert niet aan dat de verstrekte afschriften niet doorlopend genummerd zijn of anderszins niet op elkaar aansluiten of dat hierop mutaties voorkomen die niet aansluiten op haar eigen administratie en/of op de door ECP verstrekte specificaties en stukken.
paid to client), d.w.z. nader gebleken ontvangsten door WB c.s. op gefactorde facturen.
6.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 november 2022 voor zover de vordering van ECP daarmee is afgewezen en ECP is veroordeeld in de proceskosten in conventie;
- in zoverre opnieuw rechtdoende: veroordeelt WB c.s. hoofdelijk tot betaling aan ECP van € 92.626,85, vermeerderd met de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) vanaf 11 februari 2021, en vermeerderd met de proceskosten in conventie in eerste aanleg ten bedrage van € 4.946,81, deze vermeerderd met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) vanaf 14 dagen na de datum van dit arrest;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt WB c.s. hoofdelijk in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van ECP begroot op € 9.056,02, vermeerderd met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) vanaf 14 dagen na de datum van dit arrest;
- bepaalt dat als WB c.s. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, WB c.s. de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, steeds vermeerderd met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) vanaf 14 dagen na de datum van betekening;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.