Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
[appellant 2] ,
1.Waar het in deze zaak over gaat
2.Het procesverloop
3.De feiten
Artikel 6 Staat van het onroerend goed/ Gebruik
“Bevindingen”staat in het rapport:
”
doorgezaagde spanten(zie hiervoor 3.6 sub 1) vermeldt het rapport onder meer:
houten vloerbalken(zie hiervoor 3.6 sub 5) op de verdieping die niet ononderbroken doorlopen van oplegpunt tot oplegpunt concludeert Bouwstad op de vraag of dit een gebrek vormt:
lichtkoepel(zie hiervoor 3.6 sub 6) waarvan de raveling ontbreekt concludeert ook Bouwstad dat dit een gebrek is. Op de vraag of dit gebrek een normaal gebruik van de woning in de weg staat antwoordt Bouwstad:
doorgerot dakbeschot(zie hiervoor 3.6 sub 2 en sub 3) heeft Bouwstad op de vraag of dit een gebrek is geantwoord:
openingen in het dakbeschot(zie hiervoor 3.6 sub 4) heeft Bouwstad op de vraag of sprake is van een gebrek geantwoord:
de balklaag op de eerste verdieping(zie hiervoor 3.6 sub 7), zijnde het plafond van de begane grond heeft Bouwstad op de vraag of sprake is van een gebrek geantwoord:
vochtproblematiekvermeldt Bouwstad bij de vraag of sprake is van een gebrek:
Mevrouw had overigens voor de tweede bezichtiging allerlei info opgeduikeld over wat er in het verleden allemaal aan de hand geweest zou zijn met het pand en de vorige eigenaar; qua vergunningen. Ik heb aangegeven dat ik daar geen informatie over had en dat naar mijn beste weten de woning volledig herbouwd was, zoals ik van jou ( [geïntimeerde] ) begrepen had. Op basis hiervan was het bouwjaar 1995 dus ook niet vreemd. Haar opmerkingen hierover heb ik dan ook weerlegd met de informatie over het bouwjaar uit BAG (basisadministratie gebouwen). Dat de gevelstenen dan opnieuw gebruikt moesten zijn was overduidelijk; hier hebben we het tijdens de bezichtiging ook nog over gehad.(…)”
”
4.De procedure bij de rechtbank
5.De vordering en het verweer in hoger beroep
6.De beoordeling in hoger beroep
Mevrouw had overigens voor de tweede bezichtiging allerlei info opgeduikeld over wat er in het verleden allemaal aan de hand geweest zou zijn met het pand en de vorige eigenaar; qua vergunningen. Ik heb aangegeven dat ik daar geen informatie over had en dat naar mijn beste weten de woning volledig herbouwd was, zoals ik van jou ( [geïntimeerde] ) begrepen had. Op basis hiervan was het bouwjaar 1995 dus ook niet vreemd. Haar opmerkingen hierover heb ik dan ook weerlegd met de informatie over het bouwjaar uit BAG (basisadministratie gebouwen). Dat de gevelstenen dan opnieuw gebruikt moesten zijn was overduidelijk; hier hebben we het tijdens de bezichtiging ook nog over gehad.(…)”
Ons inziens is dit bouwjaar in het register opgenomen, omdat het pand in 1995 is verbouwd tot woning. Ons inziens is de woning aanzienlijk ouder. Aan de hand van gegevens van de belendende paden achten wij het aannemelijk dat het pand uit of omstreeks 1880 dateert. De aansluitende panden [adres 1] [nrs.] dateren ook uit medio 1880. Volgens de Topotijdreis van het Kadaster is op de locatie van het pand van uw cliënt in 1899 al sprake van de bebouwing. De bouwstijl, de wijze van funderen en de wijze van opbouw van de gevels en de constructie wijzen eveneens op een bouwperiode ver voor 1995.
“in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van de koopovereenkomst bevindt).Vervolgens bepaalt artikel 6.3 van de koopovereenkomst dat de onroerende zaak bij eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen zal bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als: woning. Dit mag door de koper redelijkerwijs worden opgevat als een garantie van de verkoper aan de koper dat de woning geschikt is voor normaal gebruik als woning. Dat dit een garantie betreft volgt ook uit hetgeen verder in artikel 6.3 van de koopovereenkomst staat, namelijk dat verkoper niet in staat voor
andereeigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn. Voorts bepaalt artikel 6.3 dat voor gebreken die het normale gebruik belemmeren en die aan koper bekend of kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van de koopovereenkomst, verkoper uitsluitend aansprakelijk is voor de herstelkosten. Voor een andere uitleg van deze bepalingen, in hun onderlinge verband en samenhang bezien ook in het licht van de rest van de overeenkomst, dan dat verkoper garandeert dat het verkochte bij de eigendomsoverdracht de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn, met uitzondering van de op dat moment kenbare gebreken, bestaan geen aanknopingspunten. Dat zowel [appellanten] als [geïntimeerde] in het kader van deze koopovereenkomst als consument zijn te beschouwen (zie de toelichting van [geïntimeerde] in randnummer 4.3 van het incidenteel hoger beroep) maakt het voorgaande niet anders. Ook hetgeen [geïntimeerde] (in randnummer 4.4 van het incidenteel hoger beroep) heeft aangevoerd omtrent de totstandkoming van de NVM-koopakte geeft het hof geen aanleiding om in dit geval aan te nemen dat hier geen sprake is van een garantie-, maar van een resultaatsverbintenis (als door [geïntimeerde] gesteld).
“7 Verborgen veiligheid en tweede draagweg(…)
”staat, onder meer:
bewezen sterkte, verborgen veiligheid en tweede draagweg” genoemd, en dat ook volgens de door [geïntimeerde] overgelegde deskundigenrapporten herstel van de hoofddraagconstructie nodig is, is onmiskenbaar sprake van een woning die niet voor een normaal gebruik geschikt was ten tijde van de levering aan [appellanten] in de zin van artikel 6.3. van de koopovereenkomst.
“We hebben het wel over de luiken gehad waarachter nog bergruimte zou zijn (het verlaagd deel van het plafond op de slaapetage waar de dakconstructie zichtbaar zou zijn geweest)”.
“Daarnaast zijn dakbeschotten en een vloerbalk doorgerot, zoals te zien is op foto’s van de bouwkundig expert, die als bijlagen zijn toegevoegd bij het rapport (zie productie 4)”. Productie 4 bij inleidende dagvaarding betreft het rapport van Top Expertise van 31 maart 2022. Hieruit volgt dus in het geheel niet, dat [appellanten] eerder kennis hadden van de constructieve gebreken dan december 2021. Ook deze grief faalt.
toewijzing van de vorderingen van [appellanten] naar redelijkheid en billijkheid in de weg staan”
- [geïntimeerde] was niet bekend met de constructieve problemen;
- [geïntimeerde] was niet bekend met de constructieve problemen, maar van [appellanten] had wel mogen worden verwacht dat zij onderzoek hadden laten verrichten, dat zij dit hebben nagelaten dient voor hun rekening en risico te komen;
- [geïntimeerde] heeft achttien jaar in de woning gewoond zonder twijfel over de staat van de woning of enige potentiële gebreken; de woning was dus geschikt voor een normaal gebruik tot de sloop en strip door [appellanten] ;
- [appellanten] zijn onzorgvuldig te werk gegaan bij de aankoop van een woning van meer dan een miljoen euro, zij zijn over één nacht ijs gegaan. Ondanks hun voornemen tot grootscheepse renovatie hebben [appellanten] geen enkel onderzoek verricht en de strip en de sloop voortgezet, de klachtplicht is verzaakt en de sloop is onoordeelkundig gebeurd, dus eigen schuld van [appellanten] ;
- verder wijst [geïntimeerde] naar hetgeen hij heeft aangevoerd als toelichting bij de voorgaande grieven.
- Explootkosten € 127,43
- Griffierecht € 314,00
- Salaris advocaat/gemachtigde
- Explootkosten € 106,73
- Griffierechten € 2.053,00
- Salaris advocaat € 2.428,00 (2 punt(en) x tarief II € 1.214,00)
- Nakosten
7.De beslissing
in zoverre opnieuw rechtdoende in conventie:
opnieuw rechtdoende in reconventie: