2.1.Het beroep is niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is de uitspraak op bezwaar tijdig bekend gemaakt?
3. Eiser heeft beroep wegens niet tijdig beslissen ingesteld.
4. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan een belanghebbende daartegen in beroep gaan. Voordat hij of zij beroep kan instellen, moet de belanghebbende per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn of haar aanvraag of bezwaar (de ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de belanghebbende gelet op artikel 6:12 van de Awb beroep instellen.
5. De heffingsambtenaar doet op een bezwaarschrift dat niet is ingediend in de laatste zes weken van een kalenderjaar uitspraak in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen.[1]
6. Het bezwaarschrift is op 1 november 2022 door de heffingsambtenaar ontvangen. De termijn om op het bezwaarschrift te beslissen eindigt in dit geval op 31 december 2022. De heffingsambtenaar heeft uitspraak op bezwaar gedaan op 11 januari 2023 (gedagtekend 25 januari 2023).
7. Ter beoordeling staat of de uitspraak op bezwaar van 25 januari 2023 tijdig bekend is gemaakt door verzending aan de gemachtigde van eiser. Ten aanzien van diens stelling dat hij de uitspraak op bezwaar niet heeft ontvangen, overweegt de rechtbank dat het in beginsel aan de heffingsambtenaar is om aannemelijk te maken dat het stuk op het adres van de gemachtigde van eiser is ontvangen of aangeboden, dan wel dat het stuk hem op een andere manier heeft bereikt. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd of aangeboden, rechtvaardigt evenwel het vermoeden van ontvangst of aanbieding van de stukken op dat adres. Dit brengt mee dat de heffingsambtenaar in eerste instantie kan volstaan met het bewijs van verzending naar het juiste adres.[2]
8. De heffingsambtenaar heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de uitspraak op bezwaar (gedagtekend 25 januari 2023) met vorderingsnummer […] op het adres van de gemachtigde van eiser is ontvangen of aangeboden. Deze verzendadministratie is aanvankelijk door verweerder ingediend bij het verweerschrift in de zaak tussen partijen met nummer ROT 23/2607. De verzendadministratie is besproken ter zitting, waarop ook de onderhavige zaak (met nummer ROT 23/3147) is behandeld. Bij brief van 17 september 2024 heeft verweerder deze verzendadministratie, in het kader van de ter zitting gemaakte afspraken, nogmaals toegestuurd. Eiser heeft hierop ook gereageerd. De rechtbank betrekt de verzendadministratie daarom in haar beoordeling.
9. Uit de overgelegde verzendadministratie blijkt dat de uitspraak twee weken voor de dagtekening is aangemaakt en verzonden naar het privéadres van de gemachtigde van eiser ( [postadres] ). De schermprints tonen aan dat de uitspraak op bezwaar in een batch van in totaal 9.032 documenten is geprint met een 2D code, in een envelop is gedaan om 14:44 uur en op 11 januari 2023 door de gemeente aan PostNL is aangeboden. PostNL heeft de gemeente gemeld dat bij deze batch geen uitval heeft plaatsgevonden. Het vorderingsnummer, zoals vermeld op de schermprint van de uitspraak op bezwaar, komt overeen met het nummer op de uitspraak op bezwaar. Hiermee is aannemelijk geworden dat de uitspraak op bezwaar de gemachtigde van eiser heeft bereikt. Dat de uitspraak aan het privéadres van de gemachtigde is verzonden maakt op zichzelf niet dat aannemelijk is dat hij de gemachtigde niet zou hebben bereikt.
10. De gemachtigde heeft de verzendadministratie op zichzelf niet betwist. De enkele stelling dat de ontvangst wordt betwist is onvoldoende om het vermoeden van ontvangst te ontzenuwen.
11. Nu aannemelijk is dat de uitspraak op bezwaar tijdig is gedaan en op 11 januari 2023 per post is verzonden, zijn de ingebrekestelling, het verzoek om een dwangsom en het ingestelde beroep niet tijdig beslissen van eiser niet meer aan de orde. Het is namelijk niet mogelijk om een ingebrekestelling in te dienen nadat uitspraak op bezwaar is gedaan en vervolgens beroep wegens niet tijdig beslissen in te stellen.[3] Voor het toekennen van een dwangsom bestaat geen reden, nu de uitspraak op bezwaar binnen de daarvoor gestelde termijn is gedaan. De stelling dat de uitspraak op bezwaar op onjuiste wijze bekend is gemaakt vanwege de verzending naar het privéadres van de gemachtigde, ziet op de procedurele belangen van eiser en is niet redengevend in het kader van een beroep niet-tijdig beslissen; als vast staat dat het besluit tijdig bekend is gemaakt, heeft het in artikel 4:17 Awb vervatte rechtsmiddel in zoverre het door de wetgever bedoelde effect gesorteerd.[4] Gelet hierop is het ingestelde beroep niet-ontvankelijk. Omdat uitspraak op bezwaar is gedaan voordat beroep is ingesteld, is van een “alsnog genomen besluit” in de zin van het derde lid van artikel 6:20 van de Awb geen sprake en is dus een beoordeling van de uitspraak op bezwaar aan de hand van het beroep wegens niet tijdig beslissen niet aan de orde.[5] Voor een dergelijke conversie van het ingestelde beroep wegens niet tijdig beslissen naar een reëel beroep is geen aanleiding, omdat eiser pas na afloop van de beroepstermijn beroep heeft ingesteld.[6]