ECLI:NL:GHDHA:2025:2823

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
200.362.294/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillissement van Fix Vast Goed Beheer B.V. en de bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank Den Haag

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 19 december 2025 arrest gewezen in het hoger beroep van Fix Vast Goed Beheer B.V. tegen City Invest B.V. en [naam] Beheer B.V. Fix Vast Goed was in eerste aanleg door de rechtbank Den Haag op 21 oktober 2025 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. N.E.M. de Coninck als rechter-commissaris en mr. C.A. de Weerdt als curator. Fix Vast Goed heeft verzet aangetekend tegen dit vonnis, maar dit werd op 27 november 2025 ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft Fix Vast Goed verzocht het vonnis van de rechtbank te vernietigen, stellende dat zij in staat was om haar schuldeisers te voldoen. Tijdens de mondelinge behandeling op 15 december 2025 bleek echter dat een aangekondigde betaling van € 2,8 miljoen niet was ontvangen door de curator. Het hof oordeelde dat er summierlijk bewijs was van het vorderingsrecht van de aanvraagsters en dat Fix Vast Goed in een toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. Het hof heeft geen reden gezien om de beslissing aan te houden in afwachting van de aangekondigde betaling. Uiteindelijk heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarmee het faillissement van Fix Vast Goed werd bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.362.294/01
Insolventienummer rechtbank : C/09/25/348 F
Arrest van 19 december 2025
in de zaak van
Fix Vast Goed Beheer B.V.,
statutair gevestigd in Den Haag en kantoorhoudend te Leiden,
appellante,
advocaat: onttrokken (voorheen: mr. L.P.J. Krijgsman, kantoorhoudend in Hardinxveld-Giessendam),
tegen

1.City Invest B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudend in Hardinxveld-Giessendam,
2.
[naam] Beheer B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudend in Hardinxveld-Giessendam,
geïntimeerden,
advocaat: mr. H. Schuurbiers, kantoorhoudend in Gorinchem.
Het hof noemt appellante hierna Fix Vast Goed en geïntimeerden gezamenlijk aanvraagsters.

1.Procesverloop

1.1
Bij verstekvonnis van de rechtbank Den Haag van 21 oktober 2025 is Fix Vast Goed in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. N.E.M. de Coninck tot rechter- commissaris en met aanstelling van mr. C.A. de Weerdt, advocaat te Den Haag, als curator. Fix Vast Goed heeft tegen dat vonnis verzet ingesteld. Bij vonnis van 27 november 2025 is dat verzet ongegrond verklaard. Bij verzoekschrift (met producties) ontvangen door de griffie van het hof op 5 december 2025, is Fix Vast Goed van laatstgenoemd vonnis in hoger beroep gekomen en heeft zij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen.
1.2
Het hof heeft verder kennisgenomen van een op 11 december 2025 ingediend V-formulier van mr. Krijgsman waarbij hij zich als advocaat van Fix Vast Goed heeft onttrokken, van het advies van de curator (met bijlagen) ontvangen op 11 december 2025 en van een brief van 12 december 2025 van mr. Schuurbiers waarbij hij heeft meegedeeld dat hij gelet op de laatste stand van zaken, om verdere kosten te beperken, volstaat met de schriftelijke reactie in de brief en dat hij niet zal verschijnen op de zitting. Naar aanleiding van het bericht van onttrekking van mr. Krijgsman is vanuit het hof contact gezocht met de bestuurder van Fix Vast Goed, de heer [bestuurder]. Deze heeft kenbaar gemaakt geen aanhouding te wensen en persoonlijk het woord te willen voeren.
1.3
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 december 2025, waarbij [bestuurder] is verschenen en mr. P.J. Frölich als waarnemend curator.

2.Beoordeling van het hoger beroep

2.1
In het bestreden vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat (summierlijk) is gebleken van het vorderingsrecht van aanvraagsters en van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat Fix Vast Goed in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
2.2
De grief van Fix Vast Goed komt erop neer dat zij niet meer in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden met betalen. In haar verzoekschrift schrijft zij binnen zeer afzienbare termijn, vóór de mondelinge behandeling, in staat te zijn om de schuldeisers te voldoen en hiertoe ook vóór de mondelinge behandeling te zullen overgaan. Op de zitting bleek dit echter niet het geval te zijn. [bestuurder] heeft ter zitting nog wel verklaard dat een derde namens Fix Vast Goed op de vrijdag voor de zitting een bedrag van € 2,8 miljoen heeft overgemaakt naar de (boedel)rekening van de curator, dat toereikend is voor de betaling van alle schuldeisers en de faillissementskosten.
2.3
De waarnemend curator heeft op de zitting meegedeeld dat hij (i) niet kan bevestigen dat het bedrag van € 2,8 miljoen is bijgeschreven op zijn (boedel)rekening en (ii) ook niet te geloven dat de bijschrijving alsnog zal plaatsvinden, gegeven de ervaringen tot nu toe.
2.4
[bestuurder] verwachtte niettemin dat de bijschrijving nog diezelfde dag zou plaatsvinden. Een bewijs van de overboeking of de opdracht daartoe kon [bestuurder] desgevraagd op de zitting niet tonen. Aan het einde van de zitting is de afspraak gemaakt dat, als het bedrag alsnog binnen enkele dagen bij de curator binnenkomt, de curator dit aan het hof zal laten weten. Verder is met [bestuurder] en de waarnemend curator afgesproken dat het hof op maandag 22 december 2025 arrest zal wijzen, of zoveel eerder als het hof een nader advies van de (waarnemend) curator heeft ontvangen.
2.5
Op donderdag 18 december 2025 heeft de waarnemend curator het hof telefonisch laten weten dat het door [bestuurder] genoemde bedrag van € 2,8 miljoen niet is ontvangen.
2.6
Op basis van de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde op de zitting overweegt het hof dat ook in hoger beroep (summierlijk) is gebleken van het vorderingsrecht van aanvraagsters, dat niet door [bestuurder] is betwist, en van feiten en omstandigheden die meebrengen dat Fix Vast Goed verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
2.7
De curator maakt in het verslag melding van een bedrag van € 13.801,- aan preferente vorderingen van de Belastingdienst en een bedrag van totaal € 2.424.352,46 aan concurrente vorderingen (vijf schuldeisers). De faillissementskosten bedragen € 14.456,11.
2.8
Het hof ziet geen reden om de beslissing op het beroep (ambtshalve) aan te houden om aan te zien of er wellicht toch nog een bijschrijving als door Fix Vast Goed aangekondigd in aantocht is.
2.9
Niet is gebleken dat vorderingen door of namens Fix Vast Goed zijn voldaan of dat daar betalingsregelingen voor zijn getroffen, dan wel voldoende zekerheid of dekking voor is gesteld. De conclusie is dan ook dat Fix Vast Goed verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen.
2.1
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

3.Beslissing

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 november 2025.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J. van Harten, mr. J.M. van der Klooster en mr. R.G.C. Veneman, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.