Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2025:2825

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
15 januari 2026
Zaaknummer
BK-25/92 tot en met BK-25/102
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:109 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. Het hof heeft uitsluitend de ontvankelijkheid van het hoger beroep behandeld, waarbij is vastgesteld dat het griffierecht niet is voldaan.

De griffierechtnota en een herinnering zijn aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden. Ondanks de mogelijkheid om alsnog een betalingsbewijs te overleggen, heeft de gemachtigde hier geen gebruik van gemaakt. Er zijn geen omstandigheden gesteld die het verzuim kunnen rechtvaardigen.

Op grond van artikel 8:41 Awb Pro in samenhang met artikelen 8:108 en 8:109 Awb is het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak is op 17 december 2025 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummers BK-25/92 tot en met BK-25/102

Uitspraak van 17 december 2025

in het geding tussen:

[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: D.A.N. Bartels)
en

de heffingsambtenaar van Belastingen Bollenstreek, de Heffingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 23 januari 2025, in de zaken met de nummers SGR 23/7699 tot en met SGR 23/7709.

Procesverloop

1.1.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. De Heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Belanghebbende heeft op 16 juli 2025, 3 september 2025, 10 september 2025, 11 september 2025 en 12 september 2025 nadere stukken ingediend. Van de zijde van de Heffingsambtenaar zijn op 9 september 2025 en 10 september 2025 nadere stukken ingekomen.
1.3.
De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 7 november 2025. De gemachtigde van belanghebbende heeft deelgenomen aan de zitting via MS Teams, waarbij sprake was van een rechtstreekse beeld- en geluidsverbinding met het Hof. De Heffingsambtenaar is niet uitgenodigd voor de zitting, omdat het Hof ter zitting alleen de ontvankelijkheid in hoger beroep heeft behandeld. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.
Op 4 maart 2025 is aan belanghebbende een nota inzake griffierecht verzonden aan het adres van de gemachtigde: [postadres] . Deze nota vermeldt onder meer:
”U heeft een beroepschrift ingediend.
In verband daarmee is een griffierecht verschuldigd van € 579,00. Het bedrag moet uiterlijk op 01-04-2025 zijn bijgeschreven op rekening:
(…)
Als het griffierecht niet of niet tijdig is bijgeschreven, kan uw beroepschrift niet-ontvankelijk worden verklaard; dat wil zeggen dat uw beroepschrift niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen.
(…)
Als u meent het griffierecht niet te kunnen betalen, kunt u een beroep doen op ‘betalingsonmacht’. (…)”
2.2.
Bij brief met dagtekening 2 april 2025 is een herinnering ter zake van de nota van 4 maart 2025 per aangetekende post verzonden aan het hiervoor vermelde adres. De herinnering vermeldt onder meer:
”Uit onze administratie blijkt dat u nog niet heeft voldaan aan mijn uitnodiging om het griffierecht te betalen. Het nog te betalen bedrag is € 579,00.
Ik deel u nu mee dat u het bedrag binnen vier weken na dagtekening van deze brief moet hebben overgemaakt op rekening:
(…)
Als het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is overgemaakt op de genoemde bankrekening, loopt u het risico dat uw beroepschrift niet ontvankelijk verklaard wordt. Hierna krijgt u geen nieuwe gelegenheid om het griffierecht te betalen.
(…)
Als u meent het griffierecht niet te kunnen betalen, kunt u een beroep doen op ‘betalingsonmacht’. (…)”
Blijkens door de griffier bij PostNL ingewonnen en aan het dossier toegevoegde informatie is de herinnering op 4 april 2025 afgehaald bij een PostNL-punt en is voor ontvangst getekend.
2.3.
Uit de administratie van het Hof blijkt dat het griffierecht niet is voldaan.

Beoordeling van de ontvankelijkheid

3.1.
Op grond van artikel 8:41, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 8:108 en 8:109 Awb wordt van de indiener van een hogerberoepschrift griffierecht geheven. De termijn voor de betaling van het griffierecht bedraagt vier weken, welke aanvangt met ingang van de dag na die van verzending van de mededeling van de griffier (de nota of de herinnering). Indien het griffierecht niet (tijdig) is betaald, is het hoger beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.2.
Bij brief van 2 april 2025 is de aangetekende brief met de herinnering verzonden. Daarin is gewezen op de betalingstermijn en vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien het verschuldigde griffierecht niet of niet tijdig is bijgeschreven op de in die brief vermelde rekening. Het verschuldigde griffierecht is niet betaald.
3.3.
De gemachtigde van belanghebbende heeft ter zitting gesteld dat het griffierecht is betaald en dat hij daarvan een betalingsbewijs over zal leggen. Het Hof heeft de gemachtigde van belanghebbende ter zitting in de gelegenheid gesteld uiterlijk 14 november 2025 een betalingsbewijs met het juiste betalingskenmerk toe te zenden. De gemachtigde van belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
3.4.
Feiten en/of omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende ten aanzien van de betaling van het verschuldigde griffierecht in verzuim is, zijn, nadat de gemachtigde van belanghebbende ter zitting daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet gesteld en daarvan is evenmin gebleken. Het hoger beroep is daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk.

Proceskosten

4. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

Het Gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is vastgesteld door Chr.Th.P.M. Zandhuis, H.A.J. Kroon en R.A. Bosman, in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Nederveen.
De griffier, de voorzitter,
E.J. Nederveen Chr.Th.P.M. Zandhuis
De beslissing is op 17 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bijde Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aande Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. - de naam en het adres van de indiener;
b. - de dagtekening;
c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. - de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.