Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
uitspraak van 26 februari 2025
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
€ - 7.500
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1991, waarvan de WOZ-waarde voor 2021 is vastgesteld op €340.000. De heffingsambtenaar gebruikte een waarderingsmethode gebaseerd op systematische vergelijking met vergelijkbare woningen in de buurt, waarbij rekening is gehouden met verschillen in inhoud, kwaliteit, onderhoud en ligging.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Belanghebbende stelde dat de waarde op basis van de historische aankoopprijs met inflatiecorrectie had moeten worden bepaald en dat onvoldoende rekening was gehouden met achterstallig onderhoud en waardevermindering.
Het Gerechtshof bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast heeft voldaan met taxatierapporten en waarderingsmatrices. De rechtbank en het hof wijzen erop dat de rechter niet bevoegd is om de innerlijke waarde of billijkheid van de wet te toetsen. Ook is geen sprake van schending van rechtsbeginselen of discriminatie.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €340.000 bevestigd.