ECLI:NL:GHDHA:2025:54
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift naheffingsaanslag parkeerbelasting
Op 2 juli 2022 werd een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor het parkeren van een voertuig zonder betaling. De feitelijk parkeerder diende op die dag een bezwaarschrift in, waarop op 27 juli 2022 uitspraak werd gedaan. De kentekenhouder diende vervolgens op 24 november 2022 een aanvullend bezwaarschrift in, dat door de heffingsambtenaar niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep van de kentekenhouder tegen deze niet-ontvankelijkverklaring eveneens niet-ontvankelijk. In hoger beroep betwistte de kentekenhouder dit en stelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en dat de naheffingsaanslag vernietigd moest worden vanwege een te hoog opgelegde naheffingskostenpost.
Het Hof oordeelde dat zowel de feitelijk parkeerder als de kentekenhouder een zelfstandig recht op bezwaar hebben. Het bezwaarschrift van de kentekenhouder was echter te laat ingediend zonder verschoonbare reden. Het Hof verwierp het verweer dat het eerdere bezwaarschrift namens de kentekenhouder was ingediend en bevestigde dat het bezwaarschrift van 24 november 2022 een zelfstandig en te laat ingediend bezwaar was.
Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar terecht en kon het beroep niet slagen. Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank niet, omdat dit geen belang zou dienen, en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift van de kentekenhouder is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.