Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2025:746

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
BK-23/1092bis
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak proceskosten in hoger beroep Belastingrecht

Op 27 februari 2025 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in een hogerberoepszaak op het gebied van belastingrecht. Na de uitspraak bleek een kennelijke fout te zijn gemaakt in de vermelding van het bedrag aan proceskosten in rechtsoverweging 6 en het dictum.

Het foutieve bedrag van €226,75 werd gecorrigeerd naar het juiste bedrag van €453,50, gebaseerd op de berekening volgens artikel 8:75 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht met de daarbij behorende bijlage. De wegingsfactor en het aantal punten zijn conform het richtsnoer van de gerechtshoven 2024 vastgesteld.

Het Hof heeft deze omissie hersteld door middel van een hersteluitspraak van 16 april 2025, waarbij het dictum is aangepast en de Inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan belanghebbende tot een bedrag van €453,50. Deze uitspraak bevestigt verder de eerdere uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 26 september 2023.

Uitkomst: Het Gerechtshof herstelt de proceskostenvergoeding in hoger beroep naar €453,50 en veroordeelt de Inspecteur tot betaling hiervan.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-23/1092bis

Uitspraak van 16 april 2025 ter herstel van de uitspraak van 27 februari 2025

in het geding tussen:
[X]te [Z] , belanghebbende,
(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven)
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 27 februari 2025, nummer
BK-23/1092, inzake het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 26 september 2023, nummer SGR 22/3193.

De uitspraak in het hoger beroep

1.1.
Het Hof heeft in deze zaak op 27 februari 2025 uitspraak gedaan. Nadien is het Hof gebleken van een omissie in rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak.
1.2.
In rechtsoverweging 6 en in het dictum van de uitspraak is een bedrag vermeld van € 226,75. Dit bedrag berust op een misslag. Het juiste bedrag is € 453,50, zoals blijkt uit de som en de tekst in rechtsoverweging 6. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak
1.3.
Herstel van deze misslag brengt mee dat rechtsoverweging 6 van de uitspraak als volgt komt te luiden:
“Het Hof stelt de proceskosten, op de voet van artikel 8:75 Awb Pro in verbinding met het Besluit en de daarbij behorende bijlage, vast op € 453,50 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de hogerberoepsfase (2 punten (zienswijze incidenteel hoger beroep en bijwonen zitting) x wegingsfactor 0,25 x € 907). De wegingsfactor is vastgesteld conform het richtsnoer van de gerechtshoven 2024, paragraaf 1.2 (onder meer Hof Den Haag 14 augustus 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1398).”
en het dictum van de uitspraak van 27 februari 2025 als volgt komt te luiden:
“Het Gerechtshof:
  • bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, en
  • veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in het incidentele hoger beroep tot een bedrag van € 453,50.”

Beslissing

Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 27 februari 2025, nummer BK-23/1092, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze uitspraak is vastgesteld door L.D.M.A Reijs, in tegenwoordigheid van de griffier L. van den Bogerd.
De griffier, de voorzitter,
L. van den Bogerd L.D.M.A Reijs
De beslissing is op 16 april 2025 in het openbaar uitgesproken.