Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 maart 2025
, beweerdelijk namens [X]te [Z] (belanghebbende),
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
De Heffingsambtenaar van de Gemeente Zuidplas stelde de WOZ-waarde van een woning vast en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank, dat eveneens ongegrond werd verklaard. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld door een gemachtigde namens belanghebbende.
Het Hof heeft ambtshalve onderzocht of het hoger beroep ontvankelijk is, waarbij de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde centraal stond. De overgelegde schriftelijke machtiging was van 15 maart 2022, niet ondertekend, algemeen van aard en niet specifiek voor de betreffende beschikking. Het Hof verzocht om een recente machtiging, maar deze werd niet verstrekt. De gemachtigde stelde dat de oude machtiging volstond, maar het Hof oordeelde dat gezien het tijdsverloop en het karakter van de volmacht de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet aannemelijk was.
Het Hof wees erop dat het regelmatig voorkomt dat gemachtigden hoger beroep instellen zonder dat de belanghebbende daarvan op de hoogte is of instemt. Door het ontbreken van een recente machtiging en de weigering deze te overleggen, concludeerde het Hof dat er gerede twijfel bestaat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging.