ECLI:NL:GHDHA:2025:965
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing ambtshalve vermindering box 3 aanslagen 2017 en 2018
Belanghebbende nam deel aan de massaalbezwaarprocedure voor de box 3-heffing over 2019 en maakte bezwaar tegen aanslagen IB/PVV 2017 en 2018 na de collectieve uitspraak op bezwaar. De Inspecteur wees verzoeken om ambtshalve vermindering voor 2017 en 2018 af, omdat deze bezwaren niet tijdig waren ingediend.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de brief van 30 juni 2022 van de Inspecteur alleen betrekking had op aanslagen waarvoor tijdig bezwaar was gemaakt en niet op de aanslagen 2017 en 2018. Het Gerechtshof Den Haag bevestigde dit oordeel en overwoog dat de brief duidelijk verwees naar de collectieve uitspraak van 4 februari 2022, die alleen gold voor tijdig ingediende bezwaren.
Het Hof benadrukte dat belanghebbende vóór 4 februari 2022 geen tijdig bezwaar had ingediend tegen de aanslagen 2017 en 2018, waardoor de brief van 30 juni 2022 geen rechtens te beschermen vertrouwen kon wekken dat ook deze aanslagen zouden worden verminderd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de ambtshalve vermindering voor de aanslagen 2017 en 2018 wordt bevestigd.