In deze zaak staat de inhoud van een niet schriftelijk vastgelegde bonusregeling centraal tussen AA Double c.s. en hun werknemers. Het geschil betreft de voorwaarden waaronder de bonus wordt toegekend, waarbij de werknemers stellen recht te hebben op 0,5% van de dagomzet zonder aanvullende voorwaarden, terwijl AA Double c.s. beperkingen aanvoert zoals maximale kas- en voorraadverschillen en afrondingsregels.
De kantonrechter had reeds geoordeeld dat de bonusregeling geldt zonder de door AA Double c.s. gestelde voorwaarden, en dat de dagomzet wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde duizendtal. Het hof sluit zich hierbij aan en oordeelt dat de bewijslast voor de inhoud van de bonusregeling, gelet op het ontbreken van schriftelijke vastlegging, op de werkgever rust. AA Double c.s. hebben geen passend bewijs geleverd om hun stellingen te onderbouwen.
Voor de vullers, die een andere functie vervullen, is onvoldoende onderbouwd dat zij aanspraak maken op een omzetafhankelijke bonus, zodat hun vorderingen worden afgewezen. Ook de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen vanwege onvoldoende specificatie en bewijs van de aard van de kosten.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de zaak terug voor verdere afhandeling. Daarnaast veroordeelt het hof AA Double c.s. in de kosten van het principale beroep en de werknemers in die van het incidentele beroep.