Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
eiser in het schorsingsincident,
verweerster in het schorsingsincident,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 8 augustus 2023, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 20 juli 2023;
- de memorie van grieven van [appellant] van 22 augustus 2023, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van WoonInvest van 12 september 2023, met bijlagen;
- het arrest van dit hof van 12 september 2023, waarin een enkelvoudige mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 20 november 2023 met de daarin genoemde stukken; ([appellant] heeft hierbij een schorsingsincident opgeworpen);
- het ambtshalve royement van 12 december 2023;
- (na hernieuwde opbrenging) de antwoord-conclusie van WoonInvest van 1 oktober 2024 in het schorsingsincident;
- de bijlagen nrs. 14 en 15 die WoonInvest ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- de bijlagen 1, 2 en 3, alsmede C t/m G, die [appellant] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
"Ik ben schilder van beroep en het bedrijf waar ik werk, [naam bedrijf], doet bij de flat groot onderhoud. Omstreeks 14.30 uur was ik met twee collega's aan het werk op een balkon op de 12e verdieping. Wij waren hier voorwerk aan het doen wat bestaat uit schuren, kitten en plamuren. Ineens hoorde wij beneden ons een harde klap. Je kon horen dat het metaal op metaal was. Ik keek over het balkon op de twaalfde verdieping heen en vroeg: buurman gaat het goed? De man die op het balkon stond zei: Jij bent niet mijn buurman, jij woont toch niet hier? Ik ben die herrie helemaal zat.Omstreeks 15.00 uur gingen wij naar het balkon van de persoon die vlak ervoor had gezegd dat hij de herrie zat was. Dit was bij de [adres 1]. Alle bewoners van de flat hebben, voordat wij met de klus begonnen, een brief gehad dat zij niet op de balkons mogen komen tijdens onze werkzaamheden. De originele balkonhekken zijn weggehaald en wij hebben noodhekken geplaatst. Wij zijn bij het balkon van huisnummer [huisnummer] gaan schuren, dit was met de hand.Omstreeks half vier kwam de bewoner, die ik al eerder gezien had, naar buiten en wilde direct mijn collega, genaamd [schilder 2][hof: [schilder 2]]
aan slaan. (…). Ik hoorde [schilder 2] zeggen: ‘het is goed, we gaan zo weg want het is ook tijd voor ons'. [schilder 2] is nog maar een leerling van 18 jaar en ik zag aan de jongen dat hij bang was. [schilder 2] liep weg over de steiger maar de man ging er nog een stukje achteraan. Ik hield het in de gaten en zei toen tegen de man 'meneer wilt u even rustig doen’. Hierop draaide de man zich om naar mij. Hij zag er agressief uit, ik zag dit aan zijn ogen, en schreeuwde een aantal woorden die ik niet verstaan heb. Ik hoorde de man zeggen 'wacht maar jij : Ik zag dat de man zich omdraaide naar de deuropening. Ik zag dat de man iets pakte. De man draaide zich weer naar mij om en begon mij te slaan met een ijzeren stok.Ik kon mijn linkerarm voor mij houden om de klappen af te weren. Hierdoor heeft de man mij alleen van mijn linker schouder tot mijn linker vinger geraakt. Ik veel klappen van de man gehad, ik weet niet precies hoeveel. Uit reactie heb ik een hamer gepakt, tegelijkertijd dacht ik 'ik moet hen niet raken anders sla ik dadelijk zijn hersens in’.Mijn collega, genaamd [schilder 3][hof: [schilder 3]]
, probeerde de man weg te trekken (…), hij is ook een leerling. Na ongeveer een kwartier hield de man op met slaan. De uitvoerder, genaamd [uitvoerder], was inmiddels naar boven gekomen met nog een andere collega, hiervan weet ik de naam niet, en zij zijn met de man gaan praten. Op dat moment ben ik met mijn collega [schilder 3] naar beneden gegaan.De volgende dag ben ik naar de huisarts gegaan. Ik had veel pijn maar ga niet zo snel naar de huisarts. Het bedrijf heeft mij eigenlijk gedwongen om te gaan. De huisarts constateerde dat er niets gebroken was maar dat alles beurs was. Ik ben op een ander project te werk gesteld door mijn werkgever. (…)
“Toen het tijd was om op te ruimen waren ik en [schilder 1] op meneer zijn balkon aan het opruimen. We gingen de resterende gereedschap opbergen in de kruiwagen dus er was geen sprake van een sigaret roken op dat moment (niemand van ons 3 rookt sigaretten) Op dat moment deed meneer een agressief gebaar dat we moesten weggaan. we gingen van zijn balkon af met de laatste spullen die daar nog waren. vervolgens stonden we bij de kruiwagen die nog voor zijn balkon stond op de steiger en op dat moment kwam meneer naar buiten en zei dat we moesten ‘opkankeren’ zo niet dan komt hij naar beneden. Ik zei “meneer is goed we gaan al weg” hij kwam dichterbij naar mij en toen zei [schilder 1] dat hij afstand moest houden omdat hij agressief was. Op dat moment zag hij blijkbaar een stanleymes in [schilder 1] zn hand waardoor hij terug naar huis ging en het gebeurde zo snel ik hoorde de deur open gaan en ik zag uit mijn ooghoek iets lang en zwarts ik dacht in het begin dat het een kapmes. Ik was weggerend naar beneden achteraf hoorde ik dat het een wapenstok was. Nadat ik dat voorwerp zag heb ik niks meer gezien van wat er daarna gebeurde.
“De meneer geeft aan dat we voor zijn woning een peuk opstaken maar niemand van ons rookt. Hij maakte vanuit ze woonkamer alleen een gebaar dat we weg moesten en heeft ons toen nog niet aangesproken daarop. Het moment toen hij naar buiten kwam en zei dat die een klik hoorde klopt ook niet aangezien er geen stanleymes werd uitgeklapt, op dat moment had [schilder 1] zijn stanleymes als vast voor zijn werkzaamheden. De man zegt hier dat wij hem eerst aanspreken maar hij begon gelijk met wat moeten jullie dan dit dat. Hij is inderdaad teruggegaan naar binnen alleen niet voor de ijzeren pijp wat hij zegt maar voor een ploertendoder. De meneer zei zelf de hele tijd met ja ik kom wel naar beneden toe lossen we het daar op. In de verklaring zegt de meneer dat wij dat tegen hem zeiden. Het moment dat de meneer met [uitvoerder] ging praten was die uitdagend baar [schilder 1] waarop [schilder 1] reageerde. [schilder 1] zijn doel was niet om de man te slaan, als die dat had willen doen had die dat heel makkelijk kunnen doen. Aangezien de man [schilder 1] al eerder had geslagen was dat meer een poging voor de man op afstand te houden. Toen [schilder 1] weer was geslagen pakte hij een stempel en op dat moment ben ik voor [schilder 1] gaan staan om hem tegen te houden. De man zegt dat het enigste wat hij heeft gedaan is zichzelf verdedigen maar de man heeft zelf de eerste klappen uitgedeeld. (…)
“U vraagt mij te vertellen over wat ik nog weet van het incident van 16 februari 2023.Er is een flatgebouw dat in de steigers stond. Er was een bouwlift aan de buitenkant die vast zat aan de steiger. Ik hoorde van een collega dat er iets aan de hand was. Ik ben toen met de bouwlift naar boven gegaan. Ik kwam de steiger oplopen en zag mijn twee collega’s, [schilder 3] en [schilder 1], op de steiger. [schilder 1] was heen en weer aan het lopen. Hij was zijn spullen daar aan het opruimen. Ik ben bij de woning van meneer gekomen. Hij was bezig zijn jas aan te doen en hij kwam naar buiten. Wat er precies gezegd is weet ik niet meer, maar hij maakte een opmerking dat hij niet goed kon slapen of heel slecht had geslapen en dat hij overlast had van de collega’s die daar aan het werk waren. Ik heb hem gevraagd of hij dat aan mijn collega’s heeft aangegeven. Wij werken altijd in een bewoonde omgeving en zijn eraan gewend om met mensen rekening te houden. Daar heeft hij geen antwoord op gegeven. Ik stond op de steiger, voor het balkon van meneer [appellant]. [schilder 1] liep achter mij heen en weer zijn spullen op te ruimen. Ineens schoot meneer naar voren, diagonaal en ging [schilder 1] meerdere keren slaan met een ploertendoder. [appellant] liep daarna weer terug. (…).Op vragen van mr. Bosch antwoordt de getuige als volgt.12. U zegt dat ik in de huurzaak heb aangegeven dat ik heb gehoord dat [schilder 1] met een stanleymes verf aan het weghalen was bij de onderdorpel van het kozijn. U vraagt of dat klopt. Ja. U zegt dat ik in die verklaring verder heb aangegeven dat ik heb gehoord dat [appellant], voordat hij naar buiten was gegaan, ook al een klap had uitgedeeld. Ja. U vraagt of ik dat zelf heb gezien. Nee. U zegt dat ik net heb verklaard dat ik met de lift naar boven ging en dat ik zag dat [schilder 1] op de steiger heen en weer aan het lopen was. Ja. [schilder 3] was er ook bij (…).13. U zegt dat ik bij de politie heb verklaard dat ik al eerder kennis had gemaakt met [appellant]. U vraagt of ik mij dat kan herinneren. Ja. Voordat wij dit soort werkzaamheden uitvoeren doen wij een warme opname, dan gaan we bij elke bewoner langs. U vraagt of dat toen gebeurd was. Ja. U vraagt of ik dus al wist wie [appellant] was. Ja.14. U vraagt of [appellant] in de woonkamer staat toen ik boven kwam. Ja.U zegt dat ik heb verklaard dat [appellant] naar buiten kwam. Ja. U zegt dat ik bij de politie heb verklaard dat [appellant] op het balkon kwam staan en dat hij heeft gezegd “ik ben zojuist aangevallen door een medewerker van jou” (p. 36). U zegt dat ik volgens mijn politieverklaring heb gevraagd of hij dit al had aangegeven bij de collega’s”. U vraagt of dat klopt. Ik kan me niet herinneren dat hij heeft gezegd “ik ben aangevallen door een collega van jou”. Hij zei dat hij niet kon slapen en dat de jongens te veel herrie hebben gemaakt. Daarop kwam mijn vraag of hij het al had aangegeven aan de collega’s en daarop gaf hij geen antwoord.15.
U vraagt of het klopt dat hij naar het hekje liep zoals ik in mijn politieverklaring heb aangegeven. Ja. U vraagt mij of het klopt dat hij toen iets uit zijn broekzak haalde. Ja, hij haalde iets aan de voorkant uit zijn broeksband.16. (…) Ik begreep van hen dat er twee situaties zijn geweest, waarvan ik de eerste niet heb meegemaakt.17. (…) Ik ben alleen boven geweest in de situatie dat [appellant] naar buiten kwam en mijn collega heeft geslagen.18. (…) Toen de bewoner bij het hek was aangekomen, zag ik dat hij over het hek heen leunde en een slaande beweging maakte richting [schilder 1]”. (…) Ja, dat klopt.19. U zegt dat [schilder 3] heeft verklaard “Ik zag dat [schilder 1] één van zijn armen omhoog hief om zijn hoofd te beschermen”. U vraagt mij of ik dat heb gezien. Het gebeurde naast mij, dus hij schoot diagonaal over het balkon om [schilder 1] te slaan. Het gebeurde zo snel. Ik heb dat niet goed gezien of niet bewust gezien. (…)
“je hebt het zelf gezien dat die man mij aanviel met een hamer”. Volgens deze getuige heeft hij niet gehoord dat de opzichter reageerde. Hierna werd het stil, aldus de getuige. De volgende dag heeft de getuige een hamer op zijn steiger aangetroffen.
“Ik zat op mijn sofa ik hoorde wat mensen hard praten en zag de uitvoerder voor bij mijn raam lopen op dat moment kwamen 3 mannen voor mijn balkon staan 1 man liep door de man met een grijs zwart baardje en snorretje leek erg boos te worden en ik zag dat hij een hamer uit een gereedschapskist pakte en daar mee met een slaande beweging naar het naar het balkon van mijn buurman liep in 2 of 3 stappen een ogenblik later kwam hij erg boos terug en pakte een (…) blauwe stang maar werd tegen gehouden door een jongeman wat daar voor de rest heeft plaatsgevonden kan ik niet zien vanaf mijn sofa want ik zat binnen
“ (…) Hierbij bevestig ik u dat ik als bewoner van [adres 2] overlast heb ervaren van werknemers van [naam bedrijf]. De werknemers hadden op de steiger de radio hard aan staan. Ik heb hen gevraagd de radio zachter te zetten. Een kroep werknemers kwam vervolgens agressief en intimiderend op de steiger voor mijn balkon staan. (…)”
4.Procedure bij de kantonrechter in de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
Het eerste conflict
“Het stanleymes was al uitgeklapt. Hij werd niet op dat moment uitgeklapt.”Het ligt naar het oordeel van het hof ook voor de hand dat het stanleymes al was opengeklapt omdat [schilder 1] hiermee werkzaamheden uitvoerde. Daarnaast is de stelling van [appellant] dat [schilder 1] zou hebben voorgesteld om een en ander beneden uit te praten onlogisch (en door de schilders betwist), nu niet duidelijk is geworden wat in de visie van [appellant] uitgepraat zou moeten worden, zeker wanneer er niet geslagen zou zijn.
Het tweede conflict
Grief V
6.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 20 juli 2023;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van WoonInvest begroot op € 4.842,-;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-.
mr. R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.