Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1226

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
28 april 2026
Zaaknummer
200.364.764/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens ernstige structurele overlast door huurder

In deze zaak staat de vraag centraal of de huurder, onder bewind gestelde [betrokkene], de woning aan de Walnootstraat 121 te Den Haag moet ontruimen vanwege ernstige structurele overlast. De kantonrechter had de ontruiming reeds bevolen, en het hof bevestigt dit oordeel.

De overlast bestond uit frequente ruzies, geweldsincidenten, en het toelaten van derden die overlast veroorzaakten. Diverse meldingen van omwonenden, bestuurlijke rapportages van de politie en een ernstig steekincident op 5 september 2025 vormden het bewijs. De huurder was verantwoordelijk voor het gedrag van haar bezoekers en had ondanks waarschuwingen en gedragsaanwijzingen geen maatregelen genomen.

Het hof oordeelt dat de overlast ernstig en structureel is en dat het belang van de verhuurder bij een veilige woonomgeving zwaarder weegt dan het woonbelang van de huurder. Het hoger beroep wordt afgewezen en de ontruiming wordt bevestigd, met een redelijke termijn van veertien dagen voor ontruiming na betekening van het arrest.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming van de woning wegens ernstige structurele overlast.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.364.764/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 11957486 \ RL EXPL 25-21108
Arrest van 28 april 2026 in kort geding
in de zaak van
BeterBudgetBeheer B.V., in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [betrokkene],
gevestigd in Nieuw-Vennep,
appellante,
advocaat: mr. C.A. van Gent, kantoorhoudend in Den Haag,
tegen
Stichting Staedion,
gevestigd in Den Haag,
geïntimeerde,
advocaat: mr. Y.F. Rijswijk, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna de bewindvoerder of [betrokkene] en Staedion.

1.De zaak in het kort

1.1
Het gaat in dit kort geding om de vraag of [betrokkene] zodanige overlast heeft veroorzaakt dat zij de woning, die zij van Staedion huurt, moet ontruimen.
1.2
De kantonrechter heeft geoordeeld dat (de bewindvoerder van) [betrokkene] de woning moet ontruimen. Het hof is het met die beslissing eens.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 30 januari 2026, waarmee de bewindvoerder in hoger beroep is gekomen van het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 januari 2026 met daarin opgenomen de grieven, met bijlagen;
  • de memorie van antwoord van Staedion, met bijlagen;
  • de bijlagen 16 tot en met 18 die de bewindvoerder ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
2.2
Op 2 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht, waarbij mr. Van Gent spreekaantekeningen heeft overgelegd.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
Staedion verhuurt sinds 10 februari 2022 de woning aan de Walnootstraat 121 te Den Haag (hierna: de woning) aan [betrokkene] .
3.2
Op de huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden huurovereenkomst woonruimte Staedion 2016 van toepassing. Daarin is onder meer opgenomen dat huurder ervoor zorg dient te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich door of vanwege huurder in of rondom of in de directe nabijheid van het gehuurde bevinden.
3.3
[betrokkene] is vanaf 25 december 2024 onder bewind gesteld.
3.4
Op 30 mei 2024 heeft Staedion een mail ontvangen van de gemeente Den Haag waarin zij wordt verzocht de bijgevoegde melding in behandeling te nemen. In de overlastmelding die betrekking heeft op Walnootstraat 121 begane grond, staat het volgende:
“Bewoner ontvangt verslaafden en gebruikers in de woning. Woning wordt daarnaast regelmatig kortstondig bezocht door jongvolwassenen die in 2-tallen per scooter of kleine auto nabij het huis parkeren. Bijrijder gaat woning in en bestuurder blijft op de uitkijk. Na een kort bezoek vertrekken ze.”
3.5
Op 10 maart 2025 heeft een bewoner van [adres] een filmpje gemaakt en opgestuurd naar Staedion waarop te zien is dat in de tuin op de begane grond een man staat met een bebloed gezicht. Daarbij meldt de bewoner dat [betrokkene] derden toelaat in haar woning, die vervolgens dronken worden en gaan schreeuwen en vechten.
3.6
Op 18 maart 2025 heeft [betrokkene] een door Staedion opgestelde gedragsaanwijzing ondertekend. Daarin staan onder meer het volgende:
- Huurder zal in de woning geen derden laten inwonen/(tijdelijk) verblijven.
(…)
- Huurder zorgt ervoor dat er geen overlast meer is bij omwonenden door (het ontvangen van) bezoek en aanloop van derden.
(…)
- Huurder veroorzaakt in zijn algemeenheid geen overlast meer.
(…)
Het niet of niet op tijd volledig nakomen van één of meerdere bovengenoemde voorwaarden is mede gelet op het feit dat dit een laatste kans is, voor verhuurder aanleiding om zich tot de rechter te wenden met het verzoek de huurovereenkomst te ontbinden en de woning te ontruimen.
3.7
Op 28 mei 2025 heeft de bovenbuurman [naam 1] (hierna: [naam 1] ) de volgende melding gedaan:
“ (…) en de reden dat ik hem nu pas invul is omdat ik hoopte het via gesprekken met haar dat het zou minderen. Helaas niet het geval en regelmatig overlast ervaar ik, op alle tijden van de dag en zelfs snachts kan het. Er word geen rekening met de buren gehouden door haar en is elke keer weer wat. K moet zelf altijd vroeg de deur uit doordeweeks en word regelmatig wakker door hard slaan van deuren of geschreeuw. (…)”
3.8
Op 5 september 2025 om 05.27 uur heeft [betrokkene] melding gemaakt bij de politie van een steekpartij in de woning. Het slachtoffer ( [naam 1] ) heeft bij Staedion gemeld dat hij met een mes één keer in zijn rechterzijde en vijf keer in zijn been was gestoken en dat daarbij twee slagaders zijn geraakt. Hij heeft foto’s meegestuurd van zijn verwondingen.
3.9
In een bestuurlijke rapportage van de politie van 21 oktober 2025 staan de volgende meldingen in en rond de woning vanaf januari 2025 opgesomd:
• 28 januari 2025, (PL1500_BVH_2025030174) Ruzie/ Twist.
Buurman meldt om 22.19 uur een ruzie in de woning met vijf personen. Ter plaatse treffen collega's de hoofdbewoonster [betrokkene] aan en nog één manspersoon. Volgens [betrokkene] had zij alleen een woordenwisseling gehad met een vriend over de telefoon in de woning geen bijzonderheden.
• 15 februari 2025, (PL1500_BVH_2025050560) Burenruzie.
Buren doen om 11.20 uur een melding dat een buurman een raampje zou hebben vernield van de woning van [betrokkene] . Dit naar aanleiding van overlast van personen die in de woning van [betrokkene] waren en die aan het schreeuwen waren. Deze buurman is de overlast zat. Raam is vergoed en advies gegeven aan buurman om in het vervolg bij overlast de politie en woningbouw te bellen.
• 17 februari 2025, (PL1500_BVH_2025053319) Geluidshinder.
Buurman meldt dat er regelmatig personen in en uit de woning komen en gaan en dat hij het idee heeft dat er wordt gedeald. Kort de woning geobserveerd maar niks geconstateerd.
• 01 maart 2025, (PL1500_BVH_2025066881) Ruzie/Twist.
Melding om 16.15 uur dat er een ruzie zou zijn in de woning en dat er een manspersoon met bebloed gezicht in de tuin zou lopen. Ter plaatse treffen collega’s een bebloede man aan. [betrokkene] deed de deur van haar woning open met een vaag verhaal. In de woning lag glas en bloed. In de woning was nog een manspersoon behoorlijk onder invloed. Er zou een vechtpartij hebben plaats gevonden in de woning met de bebloede man buiten. De bebloede man had een flinke snee en is vervoerd naar ziekenhuis. Onduidelijk wat er was gebeurd maar in de woning troffen collega's een groot mes aan. [betrokkene] had kapotte knokkels.
• 16 juni 2025, (PL1500_BVH_2025199108 Ruzie/ Twist.
[betrokkene] maakt om 19.10 uur een melding van een manspersoon die haar woning niet wil verlaten. Dit blijkt haar (ex) vriend te zijn. Bij aankomst collega’s is deze man al vertrokken. In de woning lagen kapotte plantenpotten op de grond. Bij de ruzie zou gevochten zijn. In de tuin treffen collega’s een motorfiets en een fatbike aan van diefstal afkomstig. [betrokkene] verklaard dat de motorfiets en fatbike daar zijn neergezet door haar (ex) vriend. Van deze melding is een Veilig Thuis melding opgemaakt.
• 05 september 2025, (PL1500_BVH_2025300852) Steekpartij,
[betrokkene] maakt om 05 27 uur melding van een steekpartij in haar woning. Ter plaatse treffen collega’s een manspersoon aan in de woning met flinke steekwonden. De dader was inmiddels gevlucht. In de woning van [betrokkene] is een ruzie ontstaan tussen de twee manspersonen die op bezoek waren wat uiteindelijk resulteerde in een steekpartij.
• 12 oktober 2025, (PL1 500_2025352424) Ruzie/ Twist,
Melding om 07.20 uur van ruzie in de woning. Ter plaatse is bewoonster [betrokkene] niet thuis. Wel waren er twee manspersonen in de woning aanwezig waaronder (ex) vriend van [betrokkene] . Zij zouden ruzie hebben gehad. [betrokkene] was niet te bereiken.
3.1
Bij brief van 23 oktober 2025 heeft Staedion aan de bewindvoerder de ontruimingsprocedure aangekondigd. Zij heeft daarbij aangegeven dat zij eerst het verhaal van [betrokkene] wil horen over de gebeurtenissen op 5 september 2025.
3.11
In een aanvullende bestuurlijke rapportage van 2 december 2025 staat onder meer het volgende:
• 9 november 2025 (PL1500_BVH_2025380397) Mishandeling
Buurman meldt om 21.32 uur dat er geschreeuw te horen is uit de woning. Ter plaatse treffen collega's de hoofdbewoonster [betrokkene] aan in de woning. In de woning treffen collega’s diverse spullen aan die zijn vernield en is het een puinhoop in de woning [betrokkene] had snijverwondingen aan haar hand, oor en gezicht. [betrokkene] vertelde dat zij ruzie had gehad met haar vriend en dat hij toen een glazen fles naar haar hoofd heeft gegooid. Deze vriend was via de achterzijde van de woning via de tuin gevlucht. Later is hij door collega's in een omliggende tuin aangehouden. [betrokkene] heeft aangifte gedaan van mishandeling en vernieling. Veilig Thuis melding is opgemaakt. De procedure tijdelijk huisverbod is besproken maar niet opgestart gezien de staat van beide betrokkenen in verband met verdovende middelen gebruik.
• 12 november 2025 (PL1 500_BVH_2025383793) Ruzie /Twist
Buren melden dat er om 15.13 uur geschreeuw te horen is uit de woning. Ter plaatse treffen collega's de hoofd bewoonster [betrokkene] aan met nog een manspersoon. Dit zou haar vriend zijn. Beide gaven aan dat er vandaag geen ruzie is geweest. [betrokkene] vertelde aan collega's dat zij graag weg wil uit de woning om elders een toekomst op te bouwen. Verder geen bijzonderheden gemuteerd.
3.12
Op 27 januari 2026 heeft [naam 2] (bewoner van [adres] ) de volgende melding gedaan:
“Continu schreeuwen, luide muziek, dag en nacht kerels van allerlei pluimage over de vloer. Slaan met deuren. Luid praten. Pool of Rus die al eerder bij haar over de vloer kwam is weer terug. Rond uitkeringstijd is helemaal bal. Van alles en nog wat klopt op haar raam en deur dag en nacht.”
3.13
[betrokkene] heeft op 28 januari 2026 een melding gemaakt bij Staedion van overlast door [naam 2] . [naam 2] heeft tegenover Staedion erkend dat hij dreigementen heeft uitgevoerd richting [betrokkene] en dat hij dreigend voor haar deur stond. Eerder had deze buurman bij [betrokkene] ook al een ruitje in de voordeur ingeslagen.
3.14
Op 6 februari 2026 is de woning ontruimd.

4.Procedure bij de kantonrechter

4.1
Staedion heeft de bewindvoerder gedagvaard en gevorderd (kort gezegd) de bewindvoerder te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen, met veroordeling in de proceskosten.
4.2
Staedion heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [betrokkene] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. [betrokkene] en haar bezoekers hebben ernstige structurele overlast veroorzaakt en [betrokkene] heeft de woning geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven aan anderen. Deze tekortkomingen zijn van voldoende gewicht om ontruiming van de woning te rechtvaardigen.
4.3
De kantonrechter heeft de vorderingen toegewezen en de bewindvoerder in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter heeft daarbij (kort gezegd) overwogen dat voldoende aannemelijk is geworden dat [betrokkene] ernstige overlast veroorzaakt waarbij de kantonrechter met name het incident van 5 september 2025 zeer kwalijk acht. [betrokkene] is verantwoordelijk voor de daden van de personen die zij in haar woning toelaat. Staedion heeft [betrokkene] meermaals gewaarschuwd maar ook daarna is [betrokkene] overlast blijven veroorzaken. Het belang van Staedion bij ontruiming weegt zwaarder dan het belang van [betrokkene] bij behoud van haar woning.

5.Vordering in hoger beroep

5.1
De bewindvoerder wil dat het hof de vorderingen van Staedion alsnog afwijst en Staedion veroordeelt in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep.
5.2
Kort gezegd zien de bezwaren van de bewindvoerder tegen het vonnis van de kantonrechter op het volgende. Volgens grief 1 is ten onrechte niet opgenomen in het vonnis dat mr. Van Gent spreekaantekeningen heeft overgelegd. Ook wordt geklaagd over onjuistheden in het proces-verbaal van de zitting. Grief 2 is gericht tegen de feitenvaststelling. Grief 3 klaagt dat de stellingen van de bewindvoerder niet volledig zijn weergegeven. Grief 4 betwist dat Staedion een spoedeisend belang heeft. Volgens de grieven 5 tot en met 10 is de overlast onvoldoende aannemelijk geworden. Volgens grief 11 is er geen sprake van een ernstige tekortkoming en had de gedragsaanwijzing nooit aan [betrokkene] voorgelegd mogen worden gelet op het feit dat zij onder bewind stond. Grief 12 wijst op het grote belang van [betrokkene] bij behoud van de woning. Grief 13 klaagt over toewijzing van de gevorderde ontruiming alsmede de ontruimingstermijn en grief 14 over de proceskostenveroordeling. Tot slot wordt in grief 15 geklaagd over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis.

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
Het hof heeft de feiten zelfstandig vastgesteld waarbij – voor zover relevant - rekening is gehouden met de bezwaren in grief 2. Bij afzonderlijke bespreking van die bezwaren heeft de bewindvoerder geen belang omdat zij niet tot vernietiging van het vonnis kunnen leiden.
Spoedeisend belang
6.2
Volgens de bewindvoerder heeft Staedion geen spoedeisend belang bij haar vordering tot ontruiming omdat zij met het opstarten van het kort geding twee maanden (na het incident van 5 september 2025) heeft gewacht. De grief faalt. Staedion heeft spoedeisend belang bij haar vordering omdat zij gehouden is haar huurders een rustig woongenot te verschaffen en eventuele overlast door andere huurders zo snel mogelijk te (doen) beëindigen. Dat Staedion een termijn van twee maanden heeft genomen ter voorbereiding van de kort gedingprocedure staat aan de spoedeisendheid niet in de weg. Dit geldt temeer omdat Staedion deze periode juist gebruikt heeft om [betrokkene] haar kant van het verhaal over het incident van 5 september 2025 te laten vertellen.
Ontruiming vanwege overlast?
6.3
Staedion heeft zich op het standpunt gesteld dat [betrokkene] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. [betrokkene] en haar bezoekers hebben ernstige structurele overlast veroorzaakt en [betrokkene] heeft de woning geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven aan anderen. Staedion heeft daarbij gewezen op een melding van de gemeente in mei 2024, een melding van de bewoner van [adres] van 10 maart 2025, de gedragsaanwijzing van 18 maart 2025, klachten van omwonenden van 28 mei, 2 juni en 28 juli 2025, twee bestuurlijke rapportages en een verklaring van [naam 1] over het incident van 5 september 2025 (met foto’s). Volgens Staedion zijn deze tekortkomingen van voldoende gewicht om ontruiming van de woning te rechtvaardigen.
6.4
De bewindvoerder heeft betwist dat sprake is van overlast door [betrokkene] . De meldingen zijn steeds afkomstig van de buurman die het op haar gemunt heeft en die haar fysiek heeft bedreigd. Zijn meldingen zijn niet voldoende objectief. De gedragsaanwijzing heeft [betrokkene] onder oneigenlijke druk ondertekend en door het bewind kon zij hierover ook niet beslissen. De meldingen in de bestuurlijke rapportage(s) kunnen geen onderbouwing vormen omdat de politie zelf geen constateringen heeft gedaan. Er is ook niets door Staedion geconstateerd. Aan het steekincident met [naam 1] heeft [betrokkene] geen schuld omdat zij niet degene is geweest die heeft gestoken. Zij had dit ook niet kunnen voorzien. Als [naam 1] zich fatsoenlijk had gedragen had het incident niet plaatsgevonden. De bewindvoerder heeft verder verklaringen overgelegd van buren die zeggen geen overlast van [betrokkene] te ervaren.
6.5
Het hof stelt voorop dat een huurder zich steeds als goed huurder moet gedragen (art. 7:213 BW Pro). Dit betekent onder meer dat hij geen overlast voor omwonenden mag veroorzaken. Indien de huurder toch overlast veroorzaakt, is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Om een ontruiming te kunnen toewijzen, moet de overlast ernstig en structureel zijn. Ook moet de verhuurder zich hebben ingespannen, door bijvoorbeeld het voeren van gesprekken, om de overlastgever te bewegen zijn of haar gedrag te veranderen. Met het toewijzen van een vordering tot ontruiming in kort geding moet terughoudend worden omgegaan vanwege het feit dat in deze procedure geen ruimte is voor een diepgaand onderzoek naar de feiten en vanwege de ingrijpende en onomkeerbare gevolgen voor de huurder. Vereist is daarom dat in hoge mate aannemelijk is dat de ontruiming in een bodemprocedure zou worden toegewezen.
6.6
Naar voorlopig oordeel van het hof is [betrokkene] tekortgeschoten in de verplichting zich als goed huurster te gedragen. Uit de bestuurlijke rapportages is voldoende aannemelijk geworden dat in de woning veelvuldig ruzies met geschreeuw en geweld hebben plaatsgevonden. De meldingen zijn weliswaar grotendeels afkomstig van één (de onder 6.4 bedoelde) buurman maar dat maakt niet dat zijn meldingen onterecht waren. De politie heeft immers ter plaatse wel degelijk constateringen gedaan die wijzen op ruzies met geweld. Zo heeft de politie naar aanleiding van de melding van de buurman op 10 maart 2025 een bebloede man in de woning aangetroffen en is geconstateerd dat in de woning glas en bloed lag en dat [betrokkene] kapotte knokkels had. Op 9 november 2025 treft de politie in de woning diverse spullen aan die zijn vernield en is het een puinhoop in de woning. De politie constateerde dat [betrokkene] snijverwondingen had aan haar hand, oor en gezicht. [betrokkene] vertelde dat zij ruzie had gehad met haar vriend en dat hij toen een glazen fles naar haar hoofd heeft gegooid. Daarnaast heeft ook bovenbuurman [naam 1] in mei 2025 geklaagd over overlast door [betrokkene] . Overigens heeft [betrokkene] zelf ook meldingen gedaan bij de politie van vechtpartijen in haar woning. Ook bij die meldingen heeft de politie (sporen van) geweld geconstateerd. Op 16 juni 2025 lagen kapotte plantenpotten op de grond en op 5 september 2025 is een zwaargewonde man ( [naam 1] ) aangetroffen die slachtoffer was van een steekincident.
6.7
Het verweer dat [betrokkene] niet zelf degene is geweest die de overlast heeft veroorzaakt, kan haar niet baten. Zij is ook verantwoordelijk voor het gedrag van bezoekers die zij in haar woning toelaat. Dat geldt temeer omdat Staedion (in elk geval met het voorleggen van de gedragsaanwijzing) [betrokkene] uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd dat zij ervoor moest zorgen dat er geen overlast meer zou zijn bij omwonenden door het (ontvangen van) bezoek en aanloop van derden. [betrokkene] had dus (ook als juist zou zijn dat zij de gedragsaanwijzing niet had mogen tekenen) in elk geval moeten begrijpen dat zij maatregelen moest treffen om te voorkomen dat er overlastsituaties zouden ontstaan. Dat zij dat niet (voldoende) heeft gedaan blijkt bijvoorbeeld uit haar eigen verklaring ter zitting (en de conclusie van antwoord onder 28) dat [naam 1] al aangeschoten was toen hij rond 5 september 2025 aan het eind van de avond/begin van de nacht naar haar woning kwam. Dat had voor [betrokkene] al reden moeten zijn om hem de toegang tot de woning te weigeren, hetgeen zij niet heeft gedaan.
6.8
Met de kantonrechter is het hof dan ook van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [betrokkene] ernstige structurele overlast heeft veroorzaakt (of doen veroorzaken). Het gaat hier om ernstige (gewelds)incidenten waarbij de politie steeds ter plaatse moet komen en die verder gaan dan alleen een huiselijke ruzie. Het hof acht aannemelijk dat dergelijke incidenten gevoelens van onrust en onveiligheid bij omwonenden oproepen. Er is daarmee sprake van een tekortkoming die voldoende ernstig is voor ontruiming in kort geding. Dat er ook buren zijn die geen overlast van [betrokkene] hebben ervaren en dat de hulpverleners [betrokkene] omschrijven als een vriendelijke, rustige en sociale vrouw maakt dat oordeel niet anders. Deze verklaringen doen geen afbreuk aan de meldingen en constateringen in de bestuurlijke rapportages.
Belangenafweging
6.9
De bewindvoerder heeft aangevoerd dat het woonbelang van [betrokkene] zwaarder moet wegen dan het belang van Staedion bij ontruiming. [betrokkene] kan geen andere woning vinden en is feitelijk dakloos. [betrokkene] ontvangt hulpverlening van Reakt en deze stokt na de ontruiming. Ook voor het oplossen van haar schulden en toelating tot de schuldhulpverlening heeft [betrokkene] een vaste woon- en verblijfplaats nodig. Het hof is van oordeel dat het belang van Staedion bij het waarborgen van leefbare en veilige woonomgeving voor omwonenden op dit moment zwaarder moet wegen dan het woonbelang van [betrokkene] . Daarbij betrekt het hof dat [betrokkene] ook na de waarschuwing van Staedion (in de vorm van de gedragsaanwijzing), de aankondiging van het kort geding en het ontruimingsvonnis haar gedrag niet heeft aangepast waardoor ze de ernst van de overlastsituatie niet lijkt in te zien. Er is ook niet gebleken dat [betrokkene] zich inmiddels van zodanige hulpverlening heeft voorzien, of andere maatregelen heeft getroffen, dat niet hoeft te worden gevreesd voor nieuwe overlast als [betrokkene] in haar huidige woning zou mogen blijven. Dat [betrokkene] nu bij familie moet verblijven (zoals zij ter zitting heeft aangegeven) is weliswaar ingrijpend maar onvoldoende om haar belang te laten prevaleren. Dat Staedion (nog) geen bodemprocedure heeft aangespannen doet aan het voorgaande niet af. Zoals hiervoor onder 6.2 reeds overwogen heeft Staedion belang bij een snelle beëindiging van overlastsituaties en zijn de tekortkomingen van dien aard, en zijn deze zodanig aannemelijk geworden, dat niet van Staedion kan worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure (waarin bewijslevering mogelijk zou zijn) af te wachten.
6.1
De overige grieven hoeven geen afzonderlijke bespreking omdat zij - ook als zij zouden slagen - niet tot een andere beslissing kunnen leiden. Bij beoordeling van de vraag of de kantonrechter een langere ontruimingstermijn had moeten geven heeft de bewindvoerder geen belang meer. Overigens acht het hof de termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis niet onredelijk.
Conclusie en proceskosten
6.11
De conclusie is dat het hoger beroep van [betrokkene] niet slaagt. Daarom zal het hof het vonnis bekrachtigen. Het hof zal [betrokkene] als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.
6.12
Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van Staedion op:
griffierecht € 851,-
salaris advocaat € 2.580,- (2 punten × tarief II)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.620,-

7.Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 januari 2026;
  • veroordeelt [betrokkene] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Staedion begroot op € 3.620,-;
  • bepaalt dat als [betrokkene] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de kostenveroordeling heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [betrokkene] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-.
Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J. Ruijpers, mr. F.W.J. Meijer en mr. C.J. Loggen-ten Hoopen en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.