Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 30 januari 2026, waarmee de bewindvoerder in hoger beroep is gekomen van het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 januari 2026 met daarin opgenomen de grieven, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Staedion, met bijlagen;
- de bijlagen 16 tot en met 18 die de bewindvoerder ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 januari 2026;
- veroordeelt [betrokkene] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Staedion begroot op € 3.620,-;
- bepaalt dat als [betrokkene] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de kostenveroordeling heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [betrokkene] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-.