ECLI:NL:GHDHA:2026:1585
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- M.J.M. van der Weijden
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht ondanks afwijzing betalingsonmacht
Belanghebbende tekende verzet aan tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht. Het Hof had eerder het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet was voldaan aan de criteria, waaronder het ontbreken van recente bewijsstukken over het inkomen en vermogen in de relevante periode.
Belanghebbende had meerdere malen een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar kon niet aannemelijk maken dat haar netto-inkomen lager was dan 95% van de bijstandsnorm in de referentieperiode tussen 11 september en 9 oktober 2024. Ook ontbraken bewijsstukken over het vermogen. Het Hof concludeerde dat belanghebbende in verzuim was gebleven door het griffierecht niet te voldoen.
De overige door belanghebbende aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om het verzuim te weerleggen. Het Hof verklaarde het verzet ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het niet aannemelijk maken van betalingsonmacht.