ECLI:NL:HR:2025:1651
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op betalingsonmacht griffierecht in belastingzaak
Belanghebbende stelde in cassatie beroep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een aanslag inkomstenbelasting 2016. Centrale kwestie was het beroep op betalingsonmacht met betrekking tot het griffierecht in de cassatieprocedure. De griffier had het beroep afgewezen, waarna belanghebbende het griffierecht onder protest betaalde.
De Hoge Raad heeft de richtlijnen voor het beoordelen van betalingsonmacht bij griffierecht geactualiseerd. Een beroep moet schriftelijk en tijdig worden ingediend met volledige persoonsgegevens, actuele inkomens- en vermogensgegevens van de belanghebbende en diens fiscale partner, en bewijsstukken. De griffier kan nadere informatie opvragen en beoordeelt of het netto-inkomen minder is dan 95% van de bijstandsnorm en of er geen vermogen is om het griffierecht te betalen.
In deze zaak concludeert de Hoge Raad dat op basis van de overgelegde stukken niet aannemelijk is dat het netto-inkomen van belanghebbende onder de norm ligt. Daarom wordt het beroep op betalingsonmacht afgewezen. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en wijst de klachten tegen het hof af zonder nadere motivering. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht wordt afgewezen en het cassatieberoep ongegrond verklaard.