ECLI:NL:GHDHA:2026:1586
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- M.J.M. van der Weijden
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht ondanks beroep op betalingsonmacht
Belanghebbende tekende verzet aan tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht. Het griffierecht was op 11 september 2024 opgelegd met een uiterste betaaldatum van 9 oktober 2024. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, onderbouwd met diverse financiële documenten, maar het Hof wees dit af omdat niet aan de criteria voor betalingsonmacht was voldaan.
Na een tweede nota en een herhaald beroep op betalingsonmacht, waarbij gedeeltelijk beslag op de AOW-uitkering werd aangetoond, bleef het Hof bij zijn standpunt dat de bewijsstukken niet voldoende waren en dat het netto-inkomen in de relevante periode niet onder de bijstandsnorm lag. Het griffierecht werd niet voldaan.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard in haar hoger beroep. De overige omstandigheden rechtvaardigen geen ander oordeel. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak is op 23 april 2026 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.