ECLI:NL:GHDHA:2026:186

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
200.355.767/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:673 lid 9 BWArt. 7:625 BWArt. 7:626 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen ernstig verwijtbaar handelen werkgever bij niet verlengen tijdelijke arbeidsovereenkomst

Werknemer trad op 1 februari 2024 in dienst bij Republic M op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zeven maanden. Na diverse conflicten, waaronder een onterechte ontslag op staande voet en onregelmatigheden rond ziekteverzuim en salarisbetalingen, besloot Republic M de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Werknemer stelde dat dit het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en vorderde een billijke vergoeding, nabetalingen en een correcte jaaropgave.

De kantonrechter wees deze vorderingen grotendeels af, waarna werknemer in hoger beroep ging. Het hof beoordeelde of het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst te wijten was aan ernstig verwijtbaar handelen van Republic M. Hoewel de werkgever fouten maakte, zoals het niet tijdig betalen van salaris en het onterecht ontslag op staande voet, was het hof van oordeel dat het niet verlengen vooral te wijten was aan onvoldoende functioneren van werknemer en een vertrouwensbreuk.

Daarnaast werd vastgesteld dat de werkgever reeds een nabetaling had verricht die door werknemer niet kon worden weersproken. De vordering tot een correcte jaaropgave werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing, maar de werkgever werd wel veroordeeld tot het verstrekken van een deugdelijke specificatie van de nabetalingen. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd, met compensatie van de proceskosten.

Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot billijke vergoeding af maar veroordeelt de werkgever tot het verstrekken van een correcte specificatie van nabetalingen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.355.767/01
Zaak- en rekestnummer rechtbank : 11425748 VZ VERZ 24-9999
Beschikking van 3 februari 2026
in de zaak van
[verzoekster],
wonend in [woonplaats],
verzoekster,
advocaat: mr. C.P.R.M. Dekker, kantoorhoudend in Den Haag,
tegen
Republic M! B.V.,
gevestigd in Amsterdam,
verweerster,
advocaat: mr. M.E. de Jong, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof noemt partijen hierna [verzoekster] en Republic M.

1.De zaak in het kort

1.1
Werknemer is voor bepaalde tijd in dienst getreden van werkgever. De arbeidsovereenkomst is na verloop van die tijd niet verlengd. Werknemer stelt dat het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en verzoekt daarom een billijke vergoeding. Daarnaast verzoekt de werknemer nog een nabetaling en een correcte jaaropgave, dan wel een correct overzicht van de betalingen.
1.2
Het hof oordeelt dat het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst niet komt door de gedragingen van de werkgever en wijst daarom de vordering tot betaling van een billijke vergoeding af. Het verzoek voor een nabetaling en afgifte van jaaropgave wordt eveneens afgewezen. Wel moet de werkgever een correct overzicht van de gedane nabetalingen aan de werknemer geven.

2.Procesverloop in hoger beroep

Bij beroepschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 12 juni 2025, is [verzoekster] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2025 (hierna: de bestreden beschikking).
Republic M heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend dat op 19 september 2025 is ontvangen ter griffie van het hof.
Partijen hebben hun standpunten uiteengezet tijdens de mondelinge behandeling op 13 oktober 2025. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal (met daaraan gehecht de mail van mr. De Jong van 5 november 2025) opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
[verzoekster] is op 1 februari 2024 bij Republic M in dienst getreden als Virtual Key Accountmanager op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden. Het salaris bedroeg € 4.300,- bruto per maand exclusief vakantietoeslag.
3.2
Op 3 april 2024 heeft [verzoekster] de volgende e-mail van Republic M ontvangen:
Zoals besproken tijdens standup deze morgen;
& Het target ligt op gemiddeld 5 afgeronde calls/dag.
& Jouw aantal gerapporteerde calls Xolair in Fusion blijft fors achter.
& Je geeft aan dat het komt omdat je o.a. veel (opleiding)tijd kwijt bent met BioMerieux.
& Als voltijds medewerkster sta je (voorlopig) 60% op BioMerieux en 40% op Xolair.
& Dit betekent dat je 10 Xolair calls/week moet leveren.
& Het is van groot belang dat je jouw call gemiddelde opvoert.
Wat heb jij nodig en/of welke hulp kunnen wij bieden om jou hierin te ondersteunen? Hoor het graag.
3.3
Op 16 mei 2024 heeft [verzoekster] zich ziek gemeld.
3.4
Het salaris over mei 2024 heeft Republic M niet op de daarvoor bepaalde tijd aan [verzoekster] voldaan.
3.5
Op 27 mei 2024 stond voor [verzoekster] een telefonisch consult met de bedrijfsarts gepland. Dit consult heeft niet plaatsgevonden.
3.6
Op 2 juni 2024 heeft [verzoekster] een presentatie gegeven op het evenement ‘women with succes’.
3.7
Op 3 juni 2024 heeft [verzoekster] van Republic M de volgende e-mail ontvangen:
In navolging van de zoom-call van vanochtend stuur ik je deze mail.
Op donderdag 16 mei meldde je ziek.
Tot onze verbijstering stelden we vast dat je sinds maart 2024 actief bent met nevenactiviteiten buiten Republic-M!
Dit is contractueel verboden.
Daarnaast zijn er bewijzen dat je zelfs tijdens je ziekte je nevenactiviteiten actief bent blijven verderzetten.
Hetgeen wijst op "oneigenlijke ziektemelding".
Deze feiten geven blijk van vertrouwensbreuk en leiden tot ontslag op staande voet.
Wij zijn bereid om deze situatie netjes en correct af te handelen, daarom het volgende voorstel:
Wij zullen een VSO (vaststellingsovereenkomst) opstellen en je vrijwaren van negatieve referentie.
Je liet me weten dat je hierover zou nadenken en een antwoord zou bezorgen.
Ik wil je met aandrang vragen uiterlijk vandaag, voor einde van deze werkdag (17.00 u.) een antwoord te geven.
3.8
Op 4 juni 2024 heeft [verzoekster] zich hersteld gemeld.
3.9
Op 5 juni 2024 is [verzoekster] op staande voet ontslagen.
3.1
Op 21 juni 2024 heeft Republic M (met instemming van [verzoekster]) het ontslag op staande voet ingetrokken en [verzoekster] verzocht haar werkzaamheden op 24 juni 2024 te hervatten. Het salaris over mei 2024 is toen door Republic M betaald.
3.11
Op 23 juni 2024 heeft [verzoekster] zich ziek gemeld.
3.12
Het salaris over juni 2024 is door Republic M niet tijdig aan [verzoekster] voldaan.
3.13
Op 11 juli 2024 hebben partijen een mediationgesprek gevoerd.
3.14
Op 29 juli 2024 heeft Republic M aan [verzoekster] laten weten dat haar tijdelijke arbeidsovereenkomst niet verlengd wordt en op 31 augustus 2024 eindigt.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
[verzoekster] heeft bij verzoekschrift de kantonrechter verzocht om - onder meer en alleen voor zover in hoger beroep nog van belang - Republic M te veroordelen tot betaling van i) een billijke vergoeding van € 38.174,- bruto, ii) het volledige salaris (100%) over de maanden juni en juli onder aftrek van wat al is betaald (namelijk 70% van het salaris) vermeerderd met de wettelijke verhoging van 50% ex art. 7:625 BW Pro en iii) de proceskosten.
4.2
De kantonrechter heeft deze verzoeken deels afgewezen en daarbij bepaald dat partijen de eigen proceskosten dragen.

5.Verzoek in hoger beroep

5.1
[verzoekster] verzoekt - zakelijk weergegeven - de bestreden beschikking te vernietigen (naar het hof begrijpt: voor zover de hierboven onder 4.1 weergegeven verzoeken zijn afgewezen) en:
Voor recht te verklaren dat het gedrag van Republic M heeft geleid tot het einde van de arbeidsovereenkomst en kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen in de zin van art. 7:673 lid 9 BW Pro op grond waarvan [verzoekster] recht heeft op een billijke vergoeding;
Republic M te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 38.173,68 bruto;
Republic M te veroordelen tot afgifte van een correcte jaaropgave 2024, althans een correct overzicht van de (na)betalingen;
Republic M te veroordelen tot nabetaling van de 30% korting van het salaris dat is betaald vanaf de 2e ziektemelding;
Republic M te veroordelen in de kosten van de procedure.
5.2
Kort gezegd zien de bezwaren van [verzoekster] op het volgende. De kantonrechter heeft ten onrechte overwogen dat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Republic M en Republic M daarom geen billijke vergoeding hoeft te betalen. Daarnaast heeft de kantonrechter ten onrechte niet overwogen dat er in de eerste twaalf maanden van de ziekteperiode recht bestaat op 100% doorbetaling van het loon. Ook twijfelt [verzoekster] aan de juistheid van de door Republic M verstrekte jaaropgave; zij wenst daarom een juiste en gecorrigeerde jaaropgave te ontvangen. Ook heeft zij geen inzicht in de gedane nabetalingen.

6.Beoordeling in hoger beroep

Ernstig verwijtbaar handelen van Republic M?

6.1
Allereerst wordt beoordeeld of Republic M ernstig verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 7:673 lid 9 BW Pro. In dit artikel is bepaald dat indien, na het einde van rechtswege, het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, een billijke vergoeding aan de werknemer kan worden toegekend.
6.2
Daarvoor is vereist dat er een causaal verband bestaat tussen het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en het einde van de arbeidsovereenkomst. Aannemelijk moet dan dus zijn dat zonder het ernstig verwijtbare handelen de arbeidsovereenkomst (die van rechtswege zou gaan eindigen) wel zou zijn voortgezet.
6.3
[verzoekster] heeft gesteld dat dit aan de orde is. Hiervoor heeft [verzoekster] de volgende omstandigheden aangevoerd.
6.3.1
Republic M heeft bewust en zonder dat aan [verzoekster] te laten weten het salaris van mei en juni 2024 niet op tijd betaald. Republic M had daar geen goede reden voor; zij heeft haar reden (het vermoeden van overtreden van het - niet geldige - verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte) in ieder geval niet met [verzoekster] besproken. Republic M heeft getracht om [verzoekster] vervolgens onder druk te zetten en te dwingen tot het aangaan van een vaststellingsovereenkomst waarmee de arbeidsovereenkomst zou eindigen en heeft, toen dat niet lukte, [verzoekster] onterecht op staande voet ontslagen, [verzoekster] afgesloten van de werksystemen en verwijderd uit de WhatsApp-groepen.
6.3.2
Daarnaast werd de ziekmelding door [verzoekster] in mei 2024 door Republic M gezien als oneigenlijk, terwijl [verzoekster] wel degelijk ziek was. Ook heeft Republic M bij de tweede ziekmelding ten onrechte 70% in plaats van 100% van het salaris uitbetaald.
6.3.3
Tot slot heeft Republic M [verzoekster] opgeroepen weer te gaan werken, terwijl er sprake was van een onveilige werkomgeving.
6.4
Republic M heeft betwist dat deze omstandigheden, waarvan zij van sommige erkent dat zij dit anders had moeten doen en van sommige betwist dat zij zich hieraan schuldig heeft gemaakt, hebben geleid tot het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. De reden daarvan was dat zij niet tevreden was over het functioneren van [verzoekster] en [verzoekster] haar targets niet haalde. Republic M had [verzoekster] hier ook op aangesproken, maar dat leidde niet tot verbetering. Ook het feit dat [verzoekster] ziek was, maar wel voor zichzelf werkzaamheden uitvoerde, maakte dat Republic M het vertrouwen in haar kwijt was. Dit alles heeft ertoe geleid dat Republic M de arbeidsovereenkomst met haar niet heeft willen voortzetten, aldus steeds Republic M.
6.5
Het hof is van oordeel dat als de (deels terechte) verwijten die [verzoekster] maakt aan het adres van Republic M worden weggedacht, niet de conclusie kan worden getrokken dat aannemelijk is dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen zou zijn voortgezet. Onbetwist staat vast dat [verzoekster] onder de norm presteerde. Uit het overzicht dat Republic M heeft overgelegd (productie 1 bij het verweerschrift in eerste aanleg) blijkt dat [verzoekster] de doelstellingen die bij haar functie hoorde niet haalde. [verzoekster] heeft dit overzicht niet gemotiveerd betwist en/of aangevoerd dat het overzicht niet juist was en/of inzichtelijk gemaakt welke werkzaamheden zij anders of meer had verricht. Vast staat verder dat [verzoekster] is aangesproken op haar prestaties, maar niet gebleken is dat er een verbetering is opgetreden. Dat er nimmer een officiële beoordeling is geweest, maakt niet dat Republic M deze omstandigheid niet ten grondslag mocht leggen aan haar beslissing de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] niet te verlengen. Daarnaast is er tussen partijen een vertrouwensbreuk ontstaan, waarin beide partijen een aandeel hebben gehad. Ondanks de door partijen ingezette mediation, is het partijen niet gelukt deze breuk te herstellen. Dit betekent dat het causale verband tussen de gedragingen van Republic M en het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst niet kan worden aangenomen.
6.6
Dit alles leidt tot de conclusie dat de kantonrechter terecht heeft overwogen dat [verzoekster] geen recht heeft op een billijke vergoeding. De vorderingen van [verzoekster] onder i) en ii) moeten dan ook worden afgewezen.
Aanvulling ziekengeld
6.7
[verzoekster] heeft voorts verzocht Republic M te veroordelen tot nabetaling van het salaris dat Republic M ten onrechte zou hebben gekort in de tweede ziekteperiode (het verschil van 30%). Republic M heeft in dit kader aangevoerd dat zij deze nabetaling al heeft verricht en het salaris al tot 100% heeft aangevuld. Hierbij heeft zij verwezen naar de eindafrekening (productie 5 bij verweerschrift in hoger beroep). Daarnaar gevraagd op de mondelinge behandeling heeft de advocaat van [verzoekster] gezegd dat hij niet kon aangeven waaruit blijkt dat de 30% aanvulling niet is betaald, omdat inzicht daarin ontbreekt.
6.8
Blijkens de bestreden beschikking onder 2.4 tezamen met 2.12 ziet de ‘suppl ziekte’ uit de eindafrekening ad € 2.164,95 (onderdeel van productie 5 bij verweerschrift in hoger beroep) op het verschil tussen de 70% en de 100% van het salaris tijdens de ziekteperiode. Dit bedrag is door de kantonrechter toegewezen onder 3.1 in het dictum. Hiertegen is geen grief gericht. Voor zover Republic M dit bedrag niet heeft betaald, beschikt [verzoekster] al over een executoriale titel om betaling af te dwingen. Er bestaat dan ook geen reden om dit bedrag nogmaals toe te wijzen.
Jaaropgaven
6.9
[verzoekster] heeft voorts verzocht om een correcte jaaropgave 2024 omdat zij twijfelt aan de juistheid daarvan. Daarnaar gevraagd op de mondelinge behandeling is namens [verzoekster] gezegd dat er twee verschillende jaaropgaven zijn verstrekt; productie 8 bij verzoekschrift (over het tijdvak 31-8-2024) en productie 6 bij verweerschrift in hoger beroep (over het tijdvak 1-2-2024 tot en met 31-8-2024). Republic M heeft vervolgens aangevoerd dat zij aanneemt dat de eerste alleen ziet op de transitievergoeding.
6.1
Dat de door Republic M verstrekte jaaropgaven niet in overeenstemming zijn met de in 2024 door Republic M aan [verzoekster] betaalde bedragen, is door [verzoekster] niet onderbouwd en kan ook niet op andere wijze worden vastgesteld. Dit deel van de vordering wordt dan ook afgewezen. Wel zal Republic M, als blijkt dat aan [verzoekster] nog meer en/of andere bedragen verschuldigd en betaald zijn, nieuwe jaaropgaven dienen te verstrekken met betrekking tot de jaren waarin die betalingen zijn gedaan.
Overzicht betalingen
6.11
[verzoekster] heeft nog een correct overzicht verzocht van het door Republic M aan [verzoekster] betaalde bruto en netto salaris over de periode februari 2024 tot en met september 2024 waarbij ook de nabetalingen volgens de bestreden beschikking zijn betrokken. Dat er door Republic M geen juiste salarisstroken zijn verstrekt over de periode van het dienstverband (onderdeel van productie 5 bij het verweerschrift in hoger beroep) is door [verzoekster] onvoldoende gemotiveerd gesteld, zodat dit deel niet voor toewijzing in aanmerking komt.
6.12
Wel ontbreekt een correct overzicht van de nabetalingen (ook die naar aanleiding van de bestreden beschikking) tot nu toe. [verzoekster] heeft gesteld dat zij in maart 2025 € 2.167,11 op haar rekening heeft gekregen, maar verder geen bedragen heeft ontvangen. Zij heeft ter onderbouwing daarvan een overzicht van de door haar ontvangen betalingen overgelegd in de periode 1 februari 2024 tot 1 juni 2025 (productie 7 bij beroepschrift). Dit overzicht is niet betwist door Republic M en Republic M heeft ook niet gesteld dat zij meer of andere bedragen heeft betaald.
6.13
Van het betaalde bedrag van € 2.167,11 is echter geen specificatie voorhanden, zodat onduidelijk is waar deze betaling op ziet. Republic M heeft wel een ‘salary specification’ in het geding gebracht, maar deze ziet alleen op de 20% wettelijke verhoging over het salaris van mei en juni 2024 en over € 2.164,95 (terwijl uit de bestreden beschikking van de kantonrechter blijkt dat er wettelijke verhoging van 20% betaald moest worden over € 4.262,17 en ook dit laatste bedrag nog betaald moest worden). Deze specificatie komt uit op een bedrag van € 1.935,51 netto. Dat dit bedrag is betaald aan [verzoekster] blijkt niet en dit bedrag staat ook niet in het overgelegde betalingsoverzicht.
6.14
Tijdens de mondelinge behandeling heeft Republic M gesteld dat zij alle betalingen, ook de door haar verschuldigde transitievergoeding, na zal gaan kijken. Het hof neemt aan dat Republic M verschuldigde bedragen die zij (nog) niet heeft voldaan, alsnog aan [verzoekster] zal betalen (zoals ook door haar is toegezegd op de mondelinge behandeling). Over de gedane en wellicht nog te betalen bedragen is Republic M ook verplicht een deugdelijke bruto/netto specificatie aan [verzoekster] te verstrekken. Hierbij verwijst het hof naar art. 7:626 BW Pro waaruit volgt dat de werkgever verplicht is om bij voldoening van het loon de werknemer een schriftelijke of elektronische opgave te verstrekken van het loonbedrag, van de gespecificeerde bedragen waaruit dit is samengesteld en van de gespecificeerde bedragen die op het loonbedrag zijn ingehouden.
6.15
De vordering die ziet op afgifte door Republic M van een deugdelijke bruto/netto specificatie met betrekking tot de door haar gedane nabetalingen, waaronder de nabetaling die volgt uit de bestreden beschikking, zal dan ook worden toegewezen.
Conclusie en proceskosten
6.16
De conclusie is dat de bestreden beschikking, waaronder de compensatie van de proceskosten, in stand blijft en bekrachtigd wordt. Een deel van de in hoger beroep gewijzigde verzoeken van [verzoekster] wordt toegewezen en een deel wordt afgewezen. De proceskosten zullen daarom ook in hoger beroep gecompenseerd worden.

7.Beslissing

Het hof:
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2025 voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

en voorts

  • veroordeelt Republic M tot afgifte van een deugdelijke bruto/netto specificatie met betrekking tot de door haar gedane nabetalingen, waaronder de nabetaling die volgt uit de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2025;
  • compenseert de proceskosten in hoger beroep in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
  • verklaart deze beschikking, ten aanzien van de veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M. Verkerk, R.J.F. Thiessen en W.H.A.C.M. Bouwens en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.