Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellant 1] ,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 16 november 2023, waarmee [appellanten] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van 18 oktober 2023 van de rechtbank Den Haag (hierna: het vonnis);
- de memorie van grieven van [appellanten] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
- de bijlagen 9 en 10 die [appellanten] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feitelijke achtergrond
heeft aan de onderzoeker de volgende vragen voorgelegd.
Door de brandonderzoeker [deskundige 1] is vastgesteld dat de brand is ontstaan in de meterkast [Bron:4.2.]
Bij de schouwing op 22-7-2022 is dat door de onderzoeker bevestigd. [Bron: 4.1.]
In en nabij de meterkast zijn mogelijke bronnen van waaruit de brand kan ontstaan: [bron 4.1]
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
nietin de meterkast is ontstaan, is [geïntimeerde] niet aansprakelijk voor de schade, aangezien [appellanten] juist een gebrek in de meterkast aan hun vorderingen ten grondslag hebben gelegd.
12:13:37 Meterkast’. Het hof constateert, zoals ook door [geïntimeerde] aangevoerd, dat in het rapport ook is opgenomen, met als tijdstip 12:40:19 uur:
‘[de] koelkast heeft staan uitgassen en daar is het begonnen met branden.’Wanneer daarbij in aanmerking wordt genomen dat deze laatste melding door de brandweer is gedaan, die inmiddels de woning had betreden, bevat het incidentenrapport een aanwijzing dat de brand in de koelkast (waarmee, naar tussen partijen niet in geschil is, een vriezer wordt bedoeld; het hof zal hierna die term gebruiken) is ontstaan. Geconcludeerd moet worden dat op basis van het incidentrapport niet kan worden vastgesteld dat de brand in de meterkast is ontstaan, en ook niet dat deze is begonnen in de vriezer.
dusvaststaat dat de brand in de meterkast is ontstaan. Wat [appellanten] heeft aangevoerd, al dan niet ter betwisting van de stelling van [geïntimeerde] dat de brand in de vrieskist is ontstaan, levert niet een voldoende onderbouwing op van zijn stelling dat de brand in de meterkast is ontstaan.
Waardoor is de brand ontstaan?’) heeft deze geantwoord:
“De brand is ontstaan als gevolg van een extreme overbelasting van de hoofdverdeelinrichting en door montagefouten. De overbelasting is ontstaan door een gebrekkig ontwerp en door montagefouten bij het installeren.”
.Omdat [appellanten] die constatering in hoger beroep niet heeft weersproken – hij heeft slechts verklaard dat de aircomonteur op 14 juni 2022 geen werkzaamheden (in de buurt van de brandhaard) heeft uitgevoerd – heeft hij de stelling van [geïntimeerde] dat derden werkzaamheden hebben uitgevoerd in de meterkast, onvoldoende betwist, en kan niet worden uitgesloten dat de brand is ontstaan als gevolg van dergelijke werkzaamheden.
condicio sine qua non-verband aannemelijk maakt, namelijk dat de schade ook zou zijn ontstaan zonder de door deze partij gepleegde onrechtmatige daad of wanprestatie.
.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 oktober 2023;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 12.210,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellanten] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellanten] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellanten] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,- te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [appellanten] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.