ECLI:NL:GHDHA:2026:1958

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
200.347.415/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot dwangsom voor inzage aanvullende documenten in civiele procedure over Covid-19 teststraat

Betelgeuse vordert in een incident ex artikel 843a Rv inzage in aanvullende documenten van Pectong c.s. en oplegging van een dwangsom wegens vermeende niet-nakoming van een eerder arrest. Het hof overweegt dat Betelgeuse onvoldoende heeft onderbouwd dat de gevraagde aanvullende stukken noodzakelijk zijn of dat Pectong c.s. niet aan het eerdere arrest heeft voldaan.

Betelgeuse had Covid-19 testen afgenomen in opdracht van Pectong VOF en vordert betaling van onbetaalde facturen en een vergoeding per verkochte zelftest. In een eerder incident werd Pectong c.s. veroordeeld tot inzage in bepaalde documenten, maar Betelgeuse stelt dat deze niet volledig zijn verstrekt.

Het hof constateert dat de overgelegde stukken, waaronder een grootboekkaart en administratie, weliswaar niet volledig zijn, maar dat Betelgeuse niet aannemelijk heeft gemaakt dat aanvullende stukken bestaan of noodzakelijk zijn. Ook is Pectong c.s. niet verplicht een jaarrekening op te stellen. De vordering tot oplegging van een dwangsom wordt daarom afgewezen.

De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het plannen van een mondelinge behandeling.

Uitkomst: Vordering tot oplegging van een dwangsom voor aanvullende inzage wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.347.415/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10853963 \ RL EXPL 23-21350
Arrest van 23 juni 2026 in het incident tot exhibitie
in de zaak van
Betelgeuse B.V.,
gevestigd in Den Haag,
appellante,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. J.H. Fellinger, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen

1.de (ontbonden) vennootschap onder firma Pectong,

voorheen gevestigd in Den Haag,
2. [naam 1],
wonend in [woonplaats 1] ,

3. [naam 2] ,

wonend in [woonplaats 2] ,
geïntimeerden,
verweerders in het incident,
advocaat: mr. D.A. IJpelaar, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof noemt eiseres in het incident hierna Betelgeuse, verweerster in het incident onder 1. Pectong VOF en verweerders in het incident tezamen Pectong c.s.

1.De zaak in het kort

1.1
Betelgeuse vordert in dit incident afschrift van of inzage in een aantal documenten op straffe van een dwangsom. Het hof wijst deze vorderingen af.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 26 september 2024, waarmee Betelgeuse in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 2 juli 2024;
  • de memorie van grieven van Betelgeuse, met bijlagen;
  • het arrest van dit hof van 4 maart 2025 waarbij een mondelinge behandeling na aanbrengen is bevolen;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 15 april 2025;
  • de incidentele conclusie van 24 juni 2025 van Betelgeuse;
  • de conclusie van antwoord in het incident, van 8 juli 2025, van Pectong c.s.;
  • het arrest van 11 november 2025 in incident (hierna: het eerste arrest in incident);
  • de memorie van antwoord van Pectong c.s., met bijlagen;
  • de incidentele conclusie van 27 januari 2026, van Betelgeuse, met bijlagen;
  • de conclusie van antwoord in het incident, van 10 februari 2026, van Pectong c.s.

3.Aanleiding voor dit incident

3.1
Betelgeuse heeft Covid-19 testen afgenomen in een teststraat in opdracht van Pectong VOF. Pectong c.s. betaalde Betelgeuse daarvoor op basis van een uurtarief. Daarnaast heeft Betelgeuse overeenkomsten tot stand gebracht die zien op de levering van zelftesten door de franchisegever van Pectong VOF (Speed Covid Test B.V.) en een door de Nederlandse Staat geaccrediteerde partij die zelftesten mocht leveren (Verweij Holding B.V.) aan door Betelgeuse aangebrachte bedrijven. Uiteindelijk hebben de werkzaamheden van Betelgeuse tot de verkoop van 64.265 zelftesten geleid.
3.2
Betelgeuse vordert in de hoofdzaak: (1) voldoening door Pectong c.s. van een deel van een factuur voor werkzaamheden in de teststraat die volgens Betelgeuse onbetaald is gebleven en (2) betaling van € 5,- per door het werk van Betelgeuse verkochte zelftest conform de door Betelgeuse gestelde afspraak daartoe.
3.3
Betelgeuse heeft in het eerste incident gevorderd dat het hof Pectong c.s. veroordeelt om - bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad - afschrift te verstrekken of inzage te verlenen in (1) de volledige en vastgestelde jaarrekening van 2021 van Pectong VOF, dan wel een daarmee gelijk te stellen rapportage, (2) de franchiseovereenkomst van Pectong VOF met Speed Covid Test B.V. (of een aan haar gelieerde onderneming) en (3) de grootboekkaart van haar debiteur Speed Covid Test B.V. (of een aan haar gelieerde onderneming), op straffe van een dwangsom van € 2.500,- per dag(deel) dat Pectong c.s. niet aan deze veroordeling voldoet, met veroordeling van Pectong c.s. in de kosten van het incident.
3.4
Het hof heeft deze vorderingen bij het eerste arrest in incident grotendeels toegewezen. In het dictum van dat arrest is opgenomen:
“Het hof […] veroordeelt Pectong c.s. op grond van artikel 843a Rv (oud) tot het verstrekken van inzage in: (1) de volledige en vastgestelde jaarrekening van 2021 van Pectong VOF, dan wel een daarmee gelijk te stellen rapportage, (2) de franchiseovereenkomst van Pectong VOF met Speed Covid Test B.V. en (3) de grootboekkaart van haar debiteur Speed Covid Test B.V.”
De dwangsom is afgewezen.
3.5
Betelgeuse heeft daarna in kort geding (kort samengevat) gevorderd dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag Pectong c.s. zou bevelen om – op straffe van een dwangsom - binnen 48 uur na betekening van het vonnis volledig en deugdelijk uitvoering te geven aan het eerste arrest in incident. Tussen partijen was in geschil of Pectong c.s. gehouden was om de stukken eerder dan bij de memorie van antwoord over te leggen. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen afgewezen.
3.6
Pectong c.s. heeft bij memorie van antwoord een aantal stukken overgelegd.
3.7
Volgens Betelgeuse zijn de overgelegde stukken niet compleet en heeft Pectong c.s. niet voldaan aan het eerste arrest in incident. Daarover gaat de tweede incidentele vordering van Betelgeuse.

4.De vordering in incident

4.1
Betelgeuse vordert in het tweede incident ex artikel 843a Rv (nagenoeg) hetzelfde als in het eerste incident (zie 3.3).
4.2
Zij stelt dat Pectong c.s. geen officieel vastgestelde en goedgekeurde jaarrekening over 2021 of een daaraan gelijk te stellen rapportage heeft overgelegd. De grootboekkaart die Pectong c.s. heeft overgelegd loopt bovendien maar tot en met september 2021 in plaats van over heel 2021. De overgelegde franchiseovereenkomst tussen Pectong VOF en Speed Covid Test B.V. ziet op de teststraten, niet op de distributie van zelftesten. Dat betekent volgens Betelgeuse dat ofwel deze franchiseovereenkomst de verkeerde is en de franchiseovereenkomst die de distributie van zelftesten betreft nog moet worden overgelegd, ofwel dat er een andere overeenkomst ten grondslag ligt aan de rechtsverhouding tussen Speed Covid Test B.V. en Pectong VOF, welke overeenkomst eveneens in het geding gebracht dient te worden.
4.3
Pectong c.s. concludeert dat het hof Betelgeuse niet-ontvankelijk verklaart in het incident, dan wel de vorderingen afwijst, met – bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van Betelgeuse in de kosten van het incident.

5.Beoordeling van de vorderingen in incident

5.1
Het hof begrijpt de vorderingen van Betelgeuse zo dat zij, aangezien in haar visie niet in alle stukken die onder de reikwijdte van het dictum van het eerste arrest in incident vallen, inzage is verstrekt, wenst dat het hof (alsnog) een dwangsom oplegt per dag(deel) dat Pectong c.s. niet (volledig) aan de veroordelingen in het eerste arrest in incident voldoet.
5.2
Het hof overweegt dat wat de hoofdveroordeling betreft de kernvraag is of Betelgeuse haar stelling - dat Pectong c.s. op grond van de veroordelingen in het eerste arrest in incident inzage had moeten verstrekken in meer stukken dan zij tot nu toe heeft gedaan - voldoende heeft onderbouwd. Voorts moet in aanmerking worden genomen dat het hof ten aanzien van een dwangsom een discretionaire bevoegdheid heeft en dat het niet wenselijk is die op te leggen als nakoming feitelijk onmogelijk is.
5.3
Het hof heeft in het eerste arrest in incident geoordeeld dat Betelgeuse een rechtmatig belang heeft om informatie van Pectong c.s. te verkrijgen om te kunnen controleren hoeveel Pectong VOF heeft ontvangen per verkochte zelftest. Om die reden heeft het hof de vordering tot inzage toegewezen.
5.4
In de door Pectong c.s. overgelegde grootboekkaart staan bedragen genoemd die Pectong VOF van Speed Covid Test B.V. heeft ontvangen, maar er staat geen informatie in over de prijs per verkochte zelftest. Het is dan ook niet zonder meer aannemelijk dat die informatie wel in een rapportage over de laatste maanden van 2021 zou staan. Betelgeuse heeft wel aangevoerd dat de relevante mutaties in het vierde kwartaal zouden vallen, maar zij heeft dit niet onderbouwd.
5.5
Ten aanzien van de jaarrekening heeft te gelden dat Pectong c.s. (in de toelichting bij de ter voldoening aan het eerste arrest in incident verstrekte stukken) heeft aangegeven niet verplicht te zijn een jaarrekening op te stellen. In de wel overgelegde administratie zijn onder meer facturen opgenomen van Pectong VOF aan Speed Covid Test B.V. waarin een bedrag per zelftest staat vermeld. In dat licht had het op de weg van Betelgeuse gelegen toe te lichten waarom de informatie in de wel overgelegde stukken onvoldoende is om te kunnen controleren welk bedrag Pectong c.s. heeft ontvangen per verkochte zelftest. Nu zij die toelichting niet heeft gegeven, ziet het hof geen aanleiding Pectong c.s. op te dragen inzage te verstrekken in andere stukken uit de administratie, nog daargelaten of die zijn opgemaakt.
5.6
Ook de vordering tot inzage in een andere (franchise)overeenkomst tussen Pectong VOF en Speed Covid Test B.V. (als een dergelijke schriftelijke overeenkomst er al zou zijn) stuit daarop af.
Conclusie
5.7
De conclusie is dat er geen aanleiding is om het gevorderde afschrift of de gevorderde inzage nogmaals, en op straffe van een dwangsom op te leggen. De daartoe strekkende incidentele vorderingen van Betelgeuse worden daarom afgewezen. Het hof houdt de beslissing over de proceskosten in het incident aan tot de beslissing in de hoofdzaak.

6.Beslissing

Het hof:
in het incident
  • wijst de vorderingen van Betelgeuse af;
  • houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de einduitspraak;
  • wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak

  • verwijst de zaak naar de rol van 7 juli 2026 voor het doorgeven van verhinderdata van partijen over de maanden oktober tot en met december 2026 voor een mondelinge behandeling;
  • acht het wenselijk dat partijen persoonlijk op de mondelinge behandeling aanwezig zijn;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P. Volker, M.T. Nijhuis en A.J. Swelheim en door de rolraadsheer mr. J.E.H.M. Pinckaers uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.