Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 2 juni 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Zoetermeer, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Hof] niet gehouden belanghebbende te horen.
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- een proceskostenvergoeding voor de beroepsfase;
- toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig en volgens de eisen van de wet beslissen op het bezwaar.
niet tijdigis gegeven. Nu de beschikking (de uitspraak op bezwaar) reeds op 9 februari 2024, en dus voorafgaand aan de ingebrekestelling, is gegeven, is de Heffingsambtenaar geen dwangsom verschuldigd geworden. De Heffingsambtenaar heeft bij de dwangsombeschikking dan ook terecht geen dwangsom toegekend. Ook in een geval dat een uitspraak op bezwaar tijdig, maar onzorgvuldig is genomen, is de Heffingsambtenaar, anders dan belanghebbende meent, geen dwangsom verschuldigd (vgl. HR 26 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:96). De enkele omstandigheid dat de uitspraak op bezwaar onzorgvuldig tot stand is gekomen, maakt dan ook niet dat een dwangsom wordt verbeurd.
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, doch uitsluitend voor zover daarin een beslissing op het verzoek om vergoeding van proceskosten voor de procedure in beroep en op het verzoek een dwangsom toe te kennen ontbreekt;
- wijst het verzoek om toekenning van een dwangsom af;
- veroordeelt de Heffingsambtenaar in de proceskosten in beroep en hoger beroep aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 16,71, te vermeerderen met wettelijke rente na het verstrijken van vier weken na de datum van deze uitspraak tot de dag van algehele voldoening daarvan, en
- gelast de Heffingsambtenaar aan belanghebbende een bedrag van € 143 aan griffierecht te vergoeden, te vermeerderen met wettelijke rente na het verstrijken van vier weken na de datum van deze uitspraak tot de dag van algehele voldoening daarvan.