ECLI:NL:GHDHA:2026:2161

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
BK-25/88bis
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:109 lid 2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak inzake griffierecht in hoger beroep Belastingrecht

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 10 juni 2026 uitspraak gedaan in een hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een belastinggeschil met belanghebbende [X] B.V. Na de uitspraak constateerde het Hof ambtshalve dat er kennelijke fouten waren gemaakt in de vermelding van het griffierecht in het procesverloop, de overwegingen en het dictum.

De fouten betroffen de onjuiste vermelding dat een griffierecht van € 579 was geheven ter zake het hoger beroep van de Inspecteur, en dat de Inspecteur dit griffierecht aan belanghebbende zou moeten vergoeden. Dit was onjuist en leidde tot een verkeerde opdracht in het dictum.

Het Hof heeft deze fouten hersteld door de zin over het geheven griffierecht te laten vervallen, de overweging aan te passen zodat wordt vastgesteld dat de Inspecteur het griffierecht van € 579 moet betalen, en het dictum te corrigeren met een juiste betalingsopdracht aan de Inspecteur.

Deze hersteluitspraak is op 1 juli 2026 in het openbaar uitgesproken door het Hof, bestaande uit de rechters W. de Wit, L.D.M.A. Reijs en J.B.O. Bijl, en griffier R. Wijkstra.

Uitkomst: Het Gerechtshof herstelt de eerdere uitspraak door correctie van de griffierechtverdeling en draagt de Inspecteur op het griffierecht van € 579 te voldoen.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-25/88bis

Uitspraak van 1 juli 2026 ter herstel van de uitspraak van 10 juni 2026

in het geding tussen:

[X] B.V. te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: F.J. Manzoni)
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,

(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 10 juni 2026, nr. BK-25/88, inzake het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de
Rechtbank) van 21 januari 2025, nummer SGR 24/51.

De uitspraak in het hoger beroep

1.1.
Het Hof heeft in deze zaak op 10 juni 2026 uitspraak gedaan. Nadien heeft het Hof ambtshalve geconstateerd dat de uitspraak fouten bevat die moeten worden hersteld.
1.2.1.
Het Hof heeft in die uitspraak, gelet op artikel 8:109, lid 2, Algemene wet bestuursrecht, bij vergissing in het procesverloop vermeld dat ter zake het door de Inspecteur ingestelde hoger beroep een griffierecht van € 579 is geheven.
1.2.2.
Het Hof heeft in die uitspraak bij vergissing in overweging 6.3 vermeld dat de Inspecteur het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 579 aan belanghebbende dient te vergoeden.
1.2.3.
Het Hof heeft in die uitspraak bij vergissing in het dictum vermeld dat hij de Inspecteur opdraagt het door belanghebbende betaalde griffierecht van in totaal € 579 te vergoeden.
1.2.4.
Naar het oordeel van het Hof is sprake van kennelijke fouten die zich lenen voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak.
1.3.
Herstel van deze misslagen brengt mee dat:
  • de in het procesverloop opgenomen zin “Ter zake daarvan is een griffierecht van € 579 geheven.” komt te vervallen;
  • overweging 6.3 als volgt wordt aangepast: “6.3. Omdat de uitspraak van de Rechtbank in stand blijft, wordt van de Inspecteur een griffierecht geheven van € 579.”
  • het dictum als volgt wordt aangepast. De zin “draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van in totaal € 579 te vergoeden.” wordt vervangen door de zin: “draagt de Inspecteur op het griffierecht van € 579 te voldoen.”.

Beslissing

Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 10 juni 2026, nr. BK-25/88, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze uitspraak is vastgesteld door W. de Wit, L.D.M.A. Reijs en J.B.O. Bijl, in tegenwoordigheid van de griffier R. Wijkstra.
De griffier, de voorzitter,
R. Wijkstra W. de Wit
De beslissing is op 1 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden.