ECLI:NL:GHDHA:2026:2163
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een appartement in een torenflat te Den Haag, waarvan de WOZ-waarde voor 2024 is vastgesteld op €1.120.000. De heffingsambtenaar heeft deze waarde onderbouwd met een waarderingsmatrix en vergelijkingsobjecten binnen hetzelfde complex. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het Gerechtshof heeft de waarderingsmethode en de gehanteerde vergelijkingsobjecten getoetst. Het hof achtte één vergelijkingsobject niet bruikbaar vanwege de verkoopdatum en liet dit buiten beschouwing. Het andere vergelijkingsobject werd als goed vergelijkbaar beoordeeld, ondanks enkele verschillen in gebruiksoppervlakte en voorzieningen. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door inzicht te geven in de waarderingsfactoren en correcties.
Belanghebbende voerde aan dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om bezwaar te maken tegen de gehanteerde factoren en dat meerdere vergelijkingsobjecten gebruikt hadden moeten worden. Het hof verwierp deze bezwaren, benadrukkend dat de heffingsambtenaar in elke fase van de procedure zijn waardering mag onderbouwen en dat de eindwaarde centraal staat. Ook de stellingen over het gebruik van CBS-indexcijfers en de waardering van gemeenschappelijke ruimtes werden verworpen.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is op 2 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €1.120.000 bevestigd.