ECLI:NL:GHDHA:2026:2166

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
BK-25/575
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Wet BpmArt. 110 VWEU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging naheffingsaanslag bpm na afwijzing waardevermindering wegens schade en leaseverleden

Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag bpm ontvangen van €7.591, opgelegd door de Inspecteur. Tegen deze aanslag is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Belanghebbende stelde dat de handelsinkoopwaarde van de auto lager was vanwege schade en een leaseverleden, onderbouwd met een taxatierapport en koerslijsten.

Het Gerechtshof oordeelt dat het taxatierapport en de koerslijsten niet betrouwbaar zijn. De schadefoto’s zijn twijfelachtig, mede door verschillende kentekens, en de schade was bij de keuring hersteld. De waardevermindering wegens ex-WOK-status is niet onderbouwd met een deskundigenrapport. Ook is het leaseverleden niet waardedrukkend omdat de auto door één gebruiker is gereden en goed onderhouden.

De koerslijsten zijn niet bruikbaar omdat het voertuig niet voorkomt in een geschikte lijst en het referentievoertuig verschilt in uitvoering en opties. Belanghebbende heeft geen voldoende bewijs geleverd om de naheffingsaanslag te verminderen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag bpm en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van waardevermindering.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-25/575

Uitspraak van 24 juni 2026

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: S.M. Bothof)
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur

(vertegenwoordiger: […] )
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 30 juni 2025, nr. SGR 23/8056.

Procesverloop

1.1.
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (bpm) opgelegd van € 7.591 (de naheffingsaanslag). Bij beschikking is € 69 belastingrente in rekening gebracht.
1.2.
Belanghebbende heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.
1.3.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. Ter zake van het beroep is een griffierecht geheven van € 184. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen.
1.4.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. Van belanghebbende is een griffierecht van € 285 geheven. De Inspecteur heeft bij nader stuk verweer gevoerd.
1.5.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 13 mei 2026. Partijen zijn verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

Feiten

2.1.
Belanghebbende heeft op aangifte een bedrag van € 2.376 aan bpm voldaan ter zake van de registratie van een Ford Kuga 1.5 Ecoboost ST Line (de auto). De datum van eerste toelating van de auto is 21 oktober 2019.
2.2.
Belanghebbende heeft aangifte gedaan op basis van een expertiseverslag van [taxateur] (de taxateur). De historische consumentenprijs inclusief fabrieksopties is vastgesteld op € 57.405. De taxateur heeft de handelsinkoopwaarde bepaald op € 6.000, uitgaande van een koerslijstwaarde (XRAY ex-rental) van € 18.487 en een waardevermindering wegens (ex)schade van € 12.487, waaronder begrepen een waardevermindering van 10% omdat het een ex-WOK-voertuig zou betreffen.
2.3.
De Inspecteur heeft de naheffingsaanslag opgelegd op basis van de tabel.
2.4.
In beroep heeft belanghebbende een kopie van een factuur overgelegd. Volgens deze factuur heeft belanghebbende de auto op 15 augustus 2022 gekocht voor € 12.941,18 (exclusief bpm en btw). Op de factuur staat: “Fahrzeug befindet sich im beschädigten Zustand ( Heckschaden )”. Ook heeft belanghebbende een afschrift overgelegd van een door [A GmbH] opgesteld Tankkartenüberlassungsvertrag.
2.5.
In beroep heeft belanghebbende een koerslijst XRAY overgelegd met een handelsinkoopwaarde van € 20.282. De consumentenprijs inclusief opties bedraagt € 60.493. In de e-mail van 26 mei 2025 aan XRAY is het verzoek als volgt omschreven:
“Graag vraag ik een historische koerslijst van de auto in de bijlage.
Je kunt uitgaan van de volgende gegevens:
 Calculatiedatum is 09-09-2022
 Er is geen sprake van rental
 Km-stand 40.105
 Graag de opties conform de SilverDAT
 De auto komt volgens de taxateur niet voor in de koerslijst. Graag uitgaan van de onderstaande model.
 Volgens de taxateur is deze meest vergelijkbaar.”
Bij de e-mail hoort een uitdraai van het bovenste deel van de koerslijst die in het taxatierapport is opgenomen.
2.6.
In hoger beroep heeft de Inspecteur een e-mail van 13 oktober 2025 van de Belastingdienst aan de heren [naam 1] en [naam 2] van XRAY overgelegd. De e-mail luidt voor zover van belang als volgt:
“Ik heb een vraag over de historische berekeningen van de Ford Kuga 1.5 EcoBoost ST Lime.
Historische waardering AutotelexPro 29.417 euro versus Xray waardering van 20.282 euro oftewel circa 32% lager
Actuele waardering AutotelexPro 22.245 euro versus Xray waardering van 16.749 euro oftewel circa 25% lager
Kun jij voor mij bij beide koerslijstproviders een onderbouwing van de historische waardering opvragen en laten verklaren waarom en hoe zij tot deze waardering zijn gekomen? Ik kan de afwijking namelijk niet verklaren.
Daarnaast vraag ik mij af of deze koerslijst voor een auto met een productiedatum van september 2019 (getuige de beperkte looptijd die Xray aangeeft) als uitgangspunt kan worden genomen?
Tevens zijn deze koerslijsten op een NEDC geteste auto afgegeven.
- Kan dat zo 1 op 1 worden toegepast op een WLTP geteste auto? Zie Xray uitdraai. Hoe doet Autotelex dit?”
2.7.
Bij de e-mail horen twee koerslijsten van provider Autotelex. De koerslijst met taxatiedatum 9 september 2022 toont een waarde van € 29.417 en die met een taxatiedatum van 13 oktober 2025 een waarde van € 22.245. In beide koerslijsten betreft het referentievoertuig een Ford Kuga 1.5 EcoBoost ST Line met een vermogen van 129 kW. Bij de e-mail zijn ook de twee koerslijsten van provider XRAY gevoegd die belanghebbende heeft overgelegd.
2.8.
In het antwoord van 14 oktober 2025 van de heer [naam 1] staat voor zover van belang het volgende:
“Volgens de VIN gegevens van Silverdat betreft het een 110 kW, 2 WD Ford Kuga. Bij alle 4 de koerslijstcalculaties in de bijlage is abusievelijk een 129 kW 4WD uitvoering van de Ford Kuga geselecteerd.
Geen van de betreffende 4 calculaties kunnen in dit geval dienen.”

Oordeel van de Rechtbank

3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, als volgt geoordeeld, waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de Inspecteur als verweerder:
“8. Naar het oordeel van de rechtbank is de door de taxateur bepaalde
handelsinkoopwaarde niet goed bruikbaar voor de heffing van Bpm. In het spraakgebruik
wordt met verhuur van auto’s geduid op kortstondige ter beschikkingstelling tegen betaling
aan derden. Lease wordt in het algemeen gebruikt voor de ter beschikking stelling voor
langere tijd aan dezelfde persoon of personen, dat kan tegen betaling van een vast bedrag,
maar ook bijvoorbeeld als onderdeel van arbeidsvoorwaarden. Dat de auto een verleden als
lease-auto heeft, maakt dan ook niet dat de koerslijstwaarde van een ex-rental als
uitgangspunt voor de waardebepaling kan worden gebruikt. Voorts strookt de door de
taxateur bepaalde handelsinkoopwaarde niet met de prijs die eiser voor de auto heeft betaald
en biedt het expertiseverslag onvoldoende houvast voor de in aanmerking genomen
waardevermindering wegens schade en schadeverleden.
9. Het staat eiser in beginsel vrij om in beroep te kiezen voor een andere in of bij de
Wet voorziene methode ter bepaling van de vermindering - in dit geval de
koerslijstmethode - dan waarvan bij de aangifte is uitgegaan. Dat neemt evenwel niet weg
dat een redelijke verdeling van de bewijslast meebrengt dat de belastingplichtige die stelt
recht te hebben op een vermindering van belasting, de daarvoor benodigde feiten moet
stellen en bij betwisting aannemelijk moet maken. Naar het oordeel van de rechtbank is
eiser daar niet in geslaagd. Zoals hiervoor is overwogen heeft de auto geen huurverleden
zodat de koerslijstwaarde van een ex-rental niet bruikbaar is. Voor het meer subsidiaire
standpunt van eiser dat op de bovengenoemde Xray-koerslijstwaarde van een ex-rental een
bijtelling van 3% wordt toegepast om tot de koerslijstwaarde van een non-rental te komen,
ontbreekt iedere grondslag.
10. Voorafgaande aan de zitting bij de rechtbank heeft eiser door Xray een historische
koerslijst van een Ford Kuga non-rental laten opstellen. De daarop aangegeven
koerslijstwaarde bedraagt € 20.282. Verweerder heeft gemotiveerd betwist dat deze
koerslijst bruikbaar is. De koerslijst heeft een looptijd die verstrijkt voor de datum eerste
toelating van de auto. Daarnaast is voor de auto een veel hogere CO2-uitstoot gemeten dan
voor het koerslijstvoertuig en verschillen het vermogen en de opties van beide voertuigen.
11. Dat betekent dat toepassing van de koerslijstmethode in de onderhavige zaak niet
mogelijk is wegens het ontbreken van een geschikte koerslijst. Verweerder heeft de
naheffingsaanslag dan ook terecht vastgesteld aan de hand van de forfaitaire tabel.”

Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen

4.1.
In geschil is of de naheffingsaanslag naar een te hoog bedrag is opgelegd en meer specifiek de hoogte van de handelsinkoopwaarde, al dan niet in beschadigde staat.
4.2.
Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar, primair en subsidiair tot vernietiging van de naheffingsaanslag en meer subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 5.247. Belanghebbende verzoekt voorts om een (proces)kostenvergoeding.
4.3.
De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het hoger beroep.

Beoordeling van het hoger beroep

5.1.
Partijen houdt uitsluitend verdeeld of de handelsinkoopwaarde juist is vastgesteld.
5.2.1.
Belanghebbende stelt zich primair op het standpunt dat de handelsinkoopwaarde dient te worden vastgesteld aan de hand van de taxatiemethode. De auto komt niet voor in een koerslijst en was beschadigd. Belanghebbende verwijst naar diverse foto’s, waarop schade aan de achterzijde, aan een zijscherm en aan de instap te zien is. De auto was een leaseauto, wat eveneens een waardedrukkende factor is. Belanghebbende verwijst naar het Duitse kentekenbewijs, waarop als kentekenhouder [B GmbH] staat vermeld en de aanduiding “SelbstF-VermietFzg”. De maatstaf is de inkoopwaarde die een handelaar voor een gelijksoortig voertuig aan een particulier zou betalen, zodat het niet uitmaakt wat belanghebbende voor de auto heeft betaald.
5.2.2.
De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat het taxatierapport van belanghebbende wegens formele en materiële gebreken niet kan dienen. De taxateur op de foto’s is niet de heer [naam 3] , maar een medewerker van zijn bedrijf. Het is niet mogelijk om in 30 minuten alle constateringen te doen en alle foto’s te nemen die in het taxatierapport staan. Ook zijn posten genoemd die geen schade zijn, zoals balanceren en reinigen/ontgeuren van het interieur. De waardeverminderingen wegens een schadeverleden en het verleden als huurauto zijn niet onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt. Zonder onderbouwing is 86,77% van de gestelde reparatiekosten in aftrek gebracht, in plaats van de wettelijke 72%. Ook zijn de verschillen tussen het referentievoertuig en de auto niet benoemd.
5.3.1.
Net als de Rechtbank is het Hof van oordeel dat belanghebbende de schade niet aannemelijk heeft gemaakt
.Het Hof motiveert dit als volgt.
5.3.2.
Opmerkelijk is dat het voertuig op de schadefoto’s een ander Duits kenteken heeft. Volgens gegevens van internet betreft dit een kenteken uit het district [district 1] , in de deelstaat [deelstaat 1] . Het kenteken op het Duitse kentekenbewijs is afgegeven in het district [district 2] , in de deelstaat [deelstaat 2] . De gemachtigde van belanghebbende heeft desgevraagd geen verklaring kunnen geven voor de verschillende kentekens. Het is dus de vraag of de foto’s, behalve dan die van bijvoorbeeld de VIN, daadwerkelijk van de auto zijn.
5.3.3.
Zelfs al zouden de foto’s van de auto zijn, is aannemelijk dat de schade ten tijde van de keuring op 9 september 2022 (het belastbare feit) volledig was hersteld. De RDW heeft tijdens de keuring niet geconstateerd dat de auto schade had, laat staan dat hij de WOK-status had of heeft gehad. Het Hof voegt ten overvloede toe dat een voertuig voor de bpm niet mag worden getaxeerd terwijl het de WOK-status heeft. Met een WOK-status kan dus geen rekening worden gehouden bij het bepalen van de mate van afschrijving. De 10% waardevermindering die de taxateur aan de ex-WOK-status heeft verbonden, is niet met enig bewijs onderbouwd. De vermindering is niet aan de hand van een deskundigenrapport onderbouwd. Het standpunt van belanghebbende dat een dergelijk rapport alleen nodig is bij gebruik van de koerslijstmethode, is niet logisch. Indien de handelsinkoopwaarde wordt vastgesteld met inachtneming van (ex-)schade, dan gebeurt dat onder de taxatiemethode en is de koerslijst slechts een uitgangspunt. Het logische gevolg is dat bij een waardevermindering wegens een schadeverleden altijd een onderbouwd deskundigenrapport vereist is en niet slechts een algemene toelichting met een willekeurig percentage. Het zonder enige onderbouwing toepassen van een willekeurig percentage is naar het oordeel van het Hof niet juist. Ook om deze reden is de vermindering niet acceptabel. Ditzelfde geldt voor het hoge aftrekpercentage van de gecalculeerde schadeposten.
5.3.4.
Ook materieel beschouwd is het taxatierapport niet overtuigend. De Inspecteur heeft al gewezen op de korte duur van de taxatie en de voorbehouden die in het rapport zijn opgenomen. In het rapport wordt de algehele staat van de auto als redelijk aangemerkt, wat een vreemde constatering is voor een voertuig dat zich in de beschreven toestand bevindt. De door belanghebbende gestelde schade aan de achterklep is wel op de foto’s te zien. Het Hof neemt deze schade echter niet in aanmerking, omdat twijfel bestaat over de vraag of het voertuig op alle foto’s echt de auto is en deze schadepost niet in de calculatie in het taxatierapport is opgenomen. Hierbij komt dat facturen van reparaties aan de achterzijde ontbreken. Ook op de berekening van wel opgenomen kosten is het nodige aan te merken. In de calculatie zijn bijvoorbeeld vier banden opgenomen, terwijl een voertuig zonder goede banden niet aan het verkeer mag deelnemen. Het Hof merkt hierbij op dat schade aan de banden op de foto’s niet zichtbaar is. De schade die in de schadecalculatie staat, is niet of niet duidelijk zichtbaar. De foto’s in het taxatierapport zijn van slechte kwaliteit, want klein en vaak voorzien van een reflectie dan wel schaduw. De zichtbare kleine putjes en krasjes zijn te kwalificeren als normale gebruikssporen. In de calculatie zijn kosten opgenomen die geen schade zijn, zoals de Inspecteur heeft aangevoerd. Het betreft hier balanceren, vervanging van kleine onderdelen en het reinigen en ontgeuren van het interieur. Ter onderbouwing van de reparatiekosten heeft belanghebbende geen enkel concreet bewijsstuk, zoals een reparatienota, overgelegd.
5.3.5.
Het Hof heeft dan ook ernstige twijfels aan de juistheid van het taxatierapport en verwerpt dit als bewijsmiddel van de staat van de auto ten tijde van het belastbare feit. Dat op de factuur staat dat de auto schade had, maakt gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet uit, daargelaten dat niet duidelijk is wat voor schade dit precies betrof.
5.4.
Het Hof leidt uit het Duitse kentekenbewijs in combinatie met de Duitse overeenkomst over de verstrekking van een tankpas af dat de auto door één gebruiker werd gehuurd. De Inspecteur heeft ter zitting desgevraagd erkend dat de auto een voormalige leaseauto is. De auto is dus geen voertuig met een verleden met afwisselende gebruikers. Gelet op de foto’s van het interieur van de auto ziet het Hof geen aanleiding om te veronderstellen dat de gebruiker (zeer) onzorgvuldig met de auto is omgegaan. Het is bovendien aannemelijk dat de auto door één persoon (de in de overeenkomst genoemde werknemer) is gereden en dat de auto als onderdeel van de leaseovereenkomst is onderhouden. Onder deze omstandigheden gaat van het verleden als leaseauto geen waardedrukkend effect uit. Het Hof verwerpt alleen al om deze reden de koerslijst die uitgaat van een voertuig met een huurverleden. Van de koerslijst die in het taxatierapport zit en die ook uitgaat van een voertuig met een huurverleden, heeft de gemachtigde ter zitting van het Hof afstand gedaan. Het Hof gaat bij overweging 5.8 nader in op de koerslijsten.
5.5.
In het arrest van 3 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1472, heeft de Hoge Raad onder meer het volgende overwogen:
“4.2.4 Artikel 10, leden 7 en 8, van de Wet moeten, gelet op hun doel en strekking en in
onderlinge samenhang gelezen, zo worden uitgelegd dat de wetgever per 1 januari 2015
de mogelijkheid om de afschrijving van een te registreren motorrijtuig te berekenen met
gebruikmaking van een koerslijst heeft willen beperken tot een in een koerslijst
voorkomend gebruikt motorrijtuig van hetzelfde merk, model, type, uitvoering en
leeftijd, zodat ervan kan worden uitgegaan dat de in de koerslijst opgenomen
bijbehorende waarde een representatieve benadering van de werkelijke waarde van het
te registreren motorrijtuig oplevert. Komt een motorrijtuig van een bepaald merk, model,
type, uitvoering en leeftijd niet voor in een algemeen toegepaste koerslijst, dan moet de
belastingplichtige kiezen tussen waardering op basis van de afschrijvingstabel en
waardering met toepassing van de taxatiemethode.
(…)
4.2.7
Naar aanleiding van het middel wordt over de toepassing van de taxatiemethode het volgende opgemerkt. Indien een motorrijtuig van een bepaald merk, model, type, uitvoering en leeftijd, met niet meer dan normale gebruiksschade, niet voorkomt in een algemeen toegepaste koerslijst, sluit dat niet uit dat bij toepassing van de taxatiemethode de taxateur als referentie voor het bepalen van een (bij benadering) reële waardedaling van het te registreren motorrijtuig gebruik kan maken van de handelsinkoopwaarde die is opgenomen in een in de handel algemeen toegepaste koerslijst voor een referentievoertuig. In dat geval is de in die koerslijst opgenomen handelsinkoopwaarde slechts een uitgangspunt. De door taxatie berekende waarde zal in dat geval van die koerslijstwaarde verschillen vanwege andere bijzondere of afwijkende kenmerken en eigenschappen van het te waarderen motorrijtuig ten opzichte van gebruikte motorrijtuigen zoals deze in de regel op de binnenlandse markt worden ingekocht en waarop de koerslijstwaarde is gebaseerd.”
5.6.
Belanghebbende voert aan dat de handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat kan worden afgeleid van een koerslijst XRAY. Het enige verschil met het referentievoertuig is het vermogen. De auto heeft een vermogen van 110 kW, terwijl het referentievoertuig een vermogen heeft van 129 kW.
5.7.
De Inspecteur verwijst naar de verklaring van XRAY (zie 2.8) en betwist dat de koerslijst kan dienen ter onderbouwing van de handelsinkoopwaarde van de auto.
5.8.
Het Hof leidt uit het hiervoor aangehaalde arrest af dat de handelsinkoopwaarde van de auto niet zonder meer kan worden afgeleid uit een koerslijst. Tussen partijen is immers niet in geschil dat de auto niet voorkomt in een koerslijst. Bovendien heeft XRAY verklaard dat de koerslijsten niet kunnen dienen. Het Hof voegt hieraan toe dat het vermogen niet het enige punt is waarop de auto verschilt van het referentievoertuig. Het referentievoertuig is, zoals de Inspecteur heeft verklaard, een ouder model en is minder luxe uitgerust. Hier komt bij dat uit de koerslijst van Autotelex (zie 2.6) een veel hogere handelsinkoopwaarde van het referentievoertuig blijkt. Op de impliciete vraag van de Inspecteur aan XRAY hoe dit kan, is XRAY het antwoord schuldig gebleven. Bij gebreke aan een geschikte koerslijst kan belanghebbende alsnog gebruikmaken van de taxatiemethode. Belanghebbende, op wie de bewijslast rust, heeft, na verwerping van het taxatierapport en de koerslijsten, echter geen enkel bruikbaar gegeven of bewijsmiddel ingebracht waaruit kan worden afgeleid dat de handelsinkoopwaarde dusdanig laag is, dat de naheffingsaanslag dient te worden verminderd.
5.9.
Het Hof ziet bij afwezigheid van enig nuttig aanknopingspunt geen aanleiding om de handelsinkoopwaarde in goede justitie vast te stellen. Dat naheffing op basis van de tabel tot een te hoge bpm-druk leidt, heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt.
Slotsom
5.10.
Het hoger beroep is ongegrond.

Proceskosten

6. Het Hof ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.
Deze uitspraak is vastgesteld door A. van Dongen, L.M.D.A. Reijs en W. de Wit, in tegenwoordigheid van de griffier R. Wijkstra.
De griffier, de voorzitter,
R. Wijkstra A. van Dongen
De beslissing is op 24 juni 2026 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bijde Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aande Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. - de naam en het adres van de indiener;
b. - de dagtekening;
c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. - de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.